Een korte handleiding door de Nederlandse geschiedenis

Af en toe wordt mij gevraagd of er niet wat gemakkelijker te lezen boeken bestaan over de Nederlandse geschiedenis, vooral dan boeken over de zeventiende eeuw. Gemakkelijker bijvoorbeeld dan die dikke pillen, die vaak ook nog te uitvoerig, niet zo begrijpelijk en minder vlot geschreven zijn. Dit is een juiste en heel goede vraag, daarom wilde ik nu wat zeggen over de bekende Nederlandse schrijfster Simone van der Vlugt.

 

Simone van der Vlugt heeft veel geschreven over de Hollandse geschiedenis, vooral dan over de Gouden Eeuw. Of het allemaal goud was wat er blonk in die tijd, dat is maar de vraag. Deze schrijfster wordt overigens regelmatig vergeleken met Thea Beckman, die voor een vorige generatie goede en boeiende boeken (boeken voor de rijpere jeugd en hun ouders) heeft geschreven over Nederlandse geschiedenis.

Simone van der Vlugt is in 1966 in Hoorn geboren en als schrijfster begonnen met al snel heel populaire kinder- en jeugdboeken te produceren. Haar stijl en woordgebruik en ook de structuur van haar boeken zijn rechtlijnig en duidelijk, eenvoudig en prettig te lezen. Haar eerste echt historische roman, haar laatste jeugdroman zou je het kunnen noemen (die vooral ook door volwassenen gelezen werd en dat zelfs graag) heeft als titel: 'Jacoba, Dochter van Holland' (geschreven in 2009). Het is het uiterst spannende verhaal van Jacoba van Beieren, Gravin van Holland, zich afspelend in de vijftiende eeuw. Dat was zonder meer een schot in de roos en daarmee werd Simone van der Vlugt van vandaag op morgen alom bekend, en dat niet alleen bij jeugdigen, maar vooral ook bij volwassenen.

Simone van der Vlugt is een schrijfster van vlotte, goed gedocumenteerde en spannend geschreven romans. Dit werden ook de eigenschappen van de boeken, die na 'Jacoba' van haar hand verschenen: uitgebreide, maar de zaak dienende documentatie, verkregen via boeken, via archieven en samen met vaklieden, museummensen en collega-schrijvers. Simone weet echt waar ze over schrijft. Maar ook is het duidelijk, dat ze als vervent en eerlijk feministe vrouwen als daadkrachtige persoonlijkheden naar voren haalt. En dat is uiteraard haar recht. Zonder daarbij in onjuistheden of onwaarschijnlijkheden te vervallen.

Simone van der Vlugt heeft behalve jeugdboeken en historische romans ook heel spannende thrillers geschreven, een modern en populair genre, waar Nederland, Zweden en Noorwegen, maar ook Finland duidelijk een vooraanstaande internationale rol in spelen. En daarbij is heel vaak van een vrouwelijke schrijver, een schrijfster dus, sprake. Dus niet alleen maar van Henning Mankell, ofschoon die wel heel goed is, sorry was. De thrillers 'Het laatste offer' en 'Op klaarlichte dag' van Simone van der Vlugt heb ik echt graag gelezen.

 

Maar nu verder over de historische romans van haar, die gemakkelijk te lezen zijn en tevens heel goed en zorgvuldig gedocumenteerd, wat ook wil zeggen, dat Simone niet alleen veel gelezen en verwerkt heeft, maar dat ze ook met velen van tevoren erover heeft gediscussieerd, met vakmensen en anderen, die van het thema en van het schrijven in het algemeen op de hoogte zijn.

'Rode sneeuw in december' uit 2012 gaat over Leiden in de jaren zeventig van de zestiende eeuw. Leiden in last.

'De lege stad' (uit 2015) gaat over Rotterdam, vooral voor en na het bombardement van 1940. Daarmee bevinden we ons dan in de moderne tijd en niet meer in de Gouden Eeuw.

'Nachtblauw' uit 2016 speelt zich in de zeventiende eeuw in Delft af. Het gaat uiteraard over het beroemde Delfts blauw, het porselein (uit de plateelbakkerij, zoals Simone haar werkplaatsen noemt) en het boek is, denk ik, min of meer geschreven in opdracht van de stad Delft en haar keramische fabrieken. Dit boekje heeft me erg geboeid.

In 2018 heeft Simone van der Vlugt 'Het schaduwspel' geschreven. Deze roman gaat over Eva, de vrouw van Jan Pietersz Coen. Coen, de beroemde maar ook beruchte gouverneur van Nederlands-Indië en tevens de stichter van Batavia. De negatieve en positieve eigenschappen van de mannelijke hoofdpersoon komen hier allebei ter sprake, al kan ik het boek als roman niet erg geslaagd noemen. Te fictief naar mijn smaak, maar de geschiedenis rond Coen komt wel scherp en eerlijk ter sprake. Zowel de sfeer in Amsterdam als de sfeer in het nieuw gestichte Batavia.

In 2019 verscheen 'Wij zijn de Bickers!', een boek over het beroemde Amsterdamse Bickers-geslacht; de Bickers, die een grote rol gespeeld hebben in de grote internationale bloeitijd van Amsterdam. Dit boek is niet zonder meer als roman gepland, maar meer als een serie essays over de Bickers in de zeventiende eeuw, waarbij het stuk over Andries Bicker als geslaagde Amsterdamse burgemeester en koopman interessant is en dat over de achternicht Wendela, die de echtgenote werd van Johan de Witt, de raadspensionaris. Dit boek bestrijkt dus een groot gedeelte van de Hollandse historie van de 17e eeuw.

In 2019 verscheen dan 'Schilderslief', dat tot nu toe mijn favoriete boek van Simone geworden is. Het gaat hierbij over Geertje Dircxs als zich verdedigende vrouw en sterke hoofdpersoon, de verguisde ex-geliefde van Rembrandt. Onze beroemdste, maar ook van karakter moeilijke schilder heeft deze vrouw niet bepaald elegant behandeld, toen hij uiteindelijk voor Hendrickje Stoffels als geliefde koos. Geertje doet er alles aan om Rembrandt tot rede te brengen, maar verliest het uiteindelijk wel van hem. Deze roman betreft dus een min of meer tragische geschiedenis van een flinke, geëmancipeerde vrouw in de zeventiende eeuw. Een projectie vanuit het nu? Als ik het goed begrepen heb, liepen er toen ook al meerdere van zulke sterke vrouwspersonen rond. En … fijn zo!

 

Veel van de boeken van Simone van der Vlugt zijn als dwarsligger te krijgen, goedkoop en gemakkelijk in tas of zak mee te nemen. En overal zonder moeite gelezen kunnen worden, in de trein of buiten op een bankje in de zon. Hopelijk heb ik hiermee enigszins aangegeven, wat voor boeken (vaak in romanvorm, maar vooral geen al te dikke boeken) van Simone van der Vlugt de moeite waard zijn te lezen, als de geschiedenis van de Hollandse Republiek van vroeger je interesseert. Bij voorbaat al veel leesplezier toegewenst!

 

Petrus


Aline Hubregtse: Mkb'er in de spotlight

door michel de ruyter

1) Wanneer ben je met je bedrijf in Finland begonnen en wat doe je precies?

We zijn hier in Finland in 2016 begonnen, we zijn Jaco mijn partner en ik. Toen we hier aankwamen, hebben we zo snel mogelijk het bedrijf opgestart, volgens mij stonden we binnen twee weken ingeschreven. Onze oudste zoon is nu 12 en toen ik zwanger van hem was, wisten we dat we onze kinderen in een Noord-Europees land wilden laten opgroeien.

2) Zou je dit bedrijf of iets soortgelijks ook in Nederland begonnen zijn?

We zijn een bedrijf in grafische vormgeving en in 2009 hebben we in Nederland al Studio Formo opgericht zodat we daarmee in onze eigen inkomsten konden voorzien, waar ook ter wereld. Het duurde dus best wel een tijdje voordat we een geschikte plek vonden om te emigreren. We wilden eerst naar Zweden verhuizen, maar mede door de recessie kwamen de zaken daar niet van de grond. Het lukte ook niet om ons huis te verkopen. Toen zijn we het bedrijf maar gaan uitbouwen en hebben de emigreerplannen losgelaten. Mijn broer kreeg op een gegeven moment een vriend in Oulu en hij ging vrij snel daarna daar wonen, en begon hier ook een bedrijf in audiovisuele materialen dat hij vanuit Nederland voortzette. We deden altijd al de grafische vormgeving daarvoor, dus we konden vanaf het begin voor z’n klanten de digitale vormgeving doen. We hebben ook al onze Nederlandse klanten kunnen houden, afgezien van wat natuurlijk verloop. Oulu is echt een hub met internationale bedrijven. We waren eigenlijk snel verkocht, zeker met zoveel natuur dichtbij.

3) Wat vind je van het ondernemersklimaat in Finland?

Ik kan vooral oordelen over hoe het in Oulu is. Ik merk dat de mensen hier meer tijd nemen voor beslissingen. Na een tijdje werkten we voor een paar grote namen en toen hadden we een betere portfolio en netwerk. Dat is hier heel belangrijk. We zien heel veel klanten niet persoonlijk, en we krijgen minder feedback van Finse klanten dan van Nederlandse. Als het goed is, hoor je vaak niets. Verder vind ik dat het vanuit de overheid goed geregeld is. Het feit dat we snel konden starten, bijna allemaal digitaal. Er gingen een paar dingen wat stroef, maar het was zo opgelost. We hebben hier AKUprintti opgezet, dat zijn grote akoestische wanden met print voor bijvoorbeeld op scholen en instellingen. In tegenstelling tot Nederland was dat hier nog geen gangbaar product. We hebben tijdens de coronacrisis wel echt een flinke dip gehad, het viel helemaal stil. Toen hebben we subsidie aangevraagd en vervolgens al binnen twee weken goedkeuring ontvangen. We zijn nu bezig met een ontwerpservice van infographics voor de gezondheidssector te ontwikkelen, om snel informatie visueel te maken over bijvoorbeeld uitkomsten van een onderzoek of het bezoekersbeleid in een ziekenhuis.

4) In hoeverre denk je dat je Nederlanderschap helpt of niet helpt bij je activiteiten?

Er zijn soms mensen waar we niet mee kunnen werken door de taalbarrière. Ik heb mijn best gedaan om in Nederland al wat Fins op te pikken. Sinds we hier zijn, heb ik inmiddels zo’n negen cursussen gedaan, maar het is niet genoeg om me professioneel te redden. Daarom werken we veel met tussenpersonen. Als ik goed Fins had gesproken, hadden we misschien zelf de consumentenmarkt benaderd. We zijn niet de meest pusherige Nederlanders. In Nederland zitten we waarschijnlijk een beetje aan de introverte kant, maar hier aan de extraverte. We hebben vanuit onze opvoeding geleerd om ons te presenteren, dat kinderen zich mogen laten zien, je kijkt elkaar bijvoorbeeld recht in de ogen en bent open. Dan maak je makkelijker contact.

5) Wat zijn je plannen voor de toekomst?

We willen graag twee takken houden, grafische vormgeving en AKUprintti. We zijn niet op zoek naar personeel. We bouwen juist een netwerk van freelancers en partnerbedrijven in Finland en Nederland, zodat we indien nodig dingen kunnen uitbesteden en samen sterker zijn.


Corona

door Thijs Feuth

Ik herinner me mijn trillende benen bovenaan de Kirintövaara in Posio bij het uitzicht over de steile helling en haar loipe die onderaan de heuvel naar links draaide. Ik weet niet wat iemand tot held maakt, maar ik weet wel dat ik er geen ben.

Terwijl de meeste mensen in januari nog dachten dat het coronavirus een Chinese aangelegenheid was, maakte ik me zorgen. Alles wees erop dat de uitbraak veel groter was en zich veel sneller uitbreidde dan SARS, vond ik. Kranten en politici staken hun hoofd echter in het zand en daar voelde ik me vreselijk machteloos bij. Ik had het gevoel dat ik op de een of andere manier alarm moest slaan, maar ik moest daarin gematigd te werk gaan, anders werd je niet serieus genomen. Bovendien wilde ik mensen niet banger maken dan nodig was. Als er maar voorzorgsmaatregelen werden getroffen.

Eeva maakte zich zorgen om mij. Ik herinner me een nacht eind januari dat ik geen slaap kon vatten van de zorgen om de uitbraak die ons spoedig zou bereiken. Eeva dacht dat ik gek werd. Zelf heb ik die mogelijkheid ook serieus overwogen, ik ging op zoek naar zaken die me gerust zouden stellen, maar ik kon ze gewoonweg niet vinden. De enige reden dat mensen dachten dat de uitbraak voornamelijk tot China beperkt zou blijven, was niet meer dan een onderbuikgevoel. Of was ik doorgeslagen in mijn passie voor longinfecties en epidemieën? Had ik ze zelf niet meer goed op een rijtje?

Inmiddels kan ik erom lachen. Grotendeels zijn de angsten van toen uitgekomen, maar als het me gelukt was om de wereld ‘wakker te schudden’, had het toch niet uitgemaakt. Ik had me beter kunnen schikken in de rol die ons mensen is toegedicht: we zijn slechts toeschouwers van de geschiedenis, als individu maak je er nauwelijks deel van uit.

Toen Noord-Italië werd overspoeld met de eerste Europese Corona-golf, voelde ik sterk de behoefte om Ambra, een bevriende collega daar, een hart onder de riem te steken. Kort daarna overspoelde de ziektegolf Nederland en Engeland. Via WhatsApp-groepen met bevriende artsen in het buitenland kreeg ik informatie uit de eerste hand. Voor TYKS, ons ziekenhuis in Turku, werkte ik hard om voorbereidingen te treffen, samen met collega’s. Omdat ik van mijn vriendennetwerk wist hoe zwaar de psychische belasting voor zorgpersoneel is, ging ik met een zelfgemaakte vragenlijst de stemming peilen onder ons personeel. Dat was tegelijkertijd een manier om ons mentaal te wapenen: we moesten als team te werk gaan, en opener zijn over onze zorgen dan Finnen gewend zijn.

Onze eerste patiënt hadden we in maart – volgens mij zelfs al eerder, maar toen kon en mocht er nog nauwelijks worden getest. Ik probeerde de medische literatuur op de voet te volgen en startte verschillende onderzoeken. Dagelijks hield ik gedetailleerde statistieken bij van allerlei klinische variabelen van onze covid-patiënten en eens per week werd de samenvatting rondgestuurd aan collega-artsen. Samen met infectiologen, virologen, IC-artsen en andere expertises heb ik een ziekenhuis-breed covid-netwerk opgezet zodat we elkaar kunnen helpen.

Ik maakte lange dagen, vaak zat ik tot laat in de avond door te werken. Eeva’s buik nam ondertussen in omvang toe omdat we in verwachting zijn van ons eerste kind. Voor mijn gevoel heb ik me daar veel te weinig mee beziggehouden, geobsedeerd als ik was door corona enzo. Ik bleef hardlopen, maar haalde niet de kilometeraantallen die ik voor ogen had. Ik heb nauwelijks romans gelezen en heb weinig geschreven. Mijn nieuwe roman, die in de zomer verschijnt, was gelukkig al zo goed als af.

Op de eerste zomerse dag werd ik door mijn collega’s naar huis gestuurd: ik moest eens wat leuks gaan doen. Ik was ze enorm dankbaar, en heb een mooie lange hardlooptocht gemaakt over natuurpaden in de omgeving. Daaraan denkend schieten de tranen me in de ogen.

Al met al heeft de corona enzo veel voor mij betekend. Ik zag nauwelijks nog gewone patiënten en dook vol op de uitdagingen van de pandemie. Ze zorg voor coronapatiënten maakte natuurlijk ook deel uit van mijn werk, maar veel patiënten hadden we niet. Wel is het zo dat ieder ‘ernstig geval’ een verhaal apart was en er soms behoorlijk in sloeg. Dat heeft te maken met het onvoorspelbare van het ziektebeeld, de aanvankelijke onwetendheid over de nieuwe ziekte, het feit dat er nog geen effectieve medicijnen voor beschikbaar zijn, en het feit dat mensen in strikte isolatie worden verpleegd en het op zo’n kritiek moment zonder hun naasten moeten stellen.

Net als veel anderen vind ook ik de coronaregels lastig. Ik ben iemand die nabijheid nodig heeft, die van handen schudden houdt en omhelzingen. Afstand houden druist in tegen mijn natuur en ik vergeet het gewoon. Als ik er al moeite mee heb, denk ik dan, hoe is het dan voor anderen die geen coronapatiënt hebben zien overlijden? Daarom is het zo van belang dat de overheid de verantwoordelijkheid neemt en maatregelen opstelt.

In Finland (buiten Helsinki) mogen we van geluk spreken dat de eerste golf ons nooit echt heeft bereikt. Ik denk dat het met het bescheiden reisgedrag te maken heeft en natuurlijk het even clichématige als ware feit dat Finnen nu eenmaal wat behoudender zijn in hun sociale contact. Aan het grote verschil met de situatie in Zweden, dat in veel opzichten toch een vergelijkbaar land is, valt te leren hoe groot de invloed van de politieke beslissingen is. De regering van Finland was strenger dan THL, de Finse versie van het RIVM, omdat ze geen gok wilde wagen met de volksgezondheid, en heeft daarmee tot nu toe duizenden doden en ernstige zieken voorkomen. Zolang er geen duidelijkheid is over de nabije toekomst, is dat het enige wat telt. Eén heldin op de juiste plek – Sanna Marin – betekent dat we in de zorg geen heldendom nodig hebben.

Misschien is dat de boodschap van dit stukje, dat op verzoek over Corona ging en veel langer en persoonlijker is geworden dan ik voor ogen had omdat ik het een en ander nog niet van me af geschreven had.


Coronatijd voor Nederlanders in Finland

De coronacrisis is door heel Europa hard toegeslagen. We zitten er nog midden in, alhoewel worden nu sommige restricties opgeheven. In het begin van de Coronacrisis is de Nederlandse vereniging benaderd door Nederlandse media en door studenten journalistiek van de Hogeschool Windesheim. In het artikel is beschreven waarom Finland goed is/was voorbereidt op de coronacrisis. In de video en de podcast kan gekeken en geluisterd worden naar hoe Nederlanders die in Finland wonen omgaan met de situatie in Finland.

Veel lees, kijk en luister plezier!

Artikel:

https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/buitenland/artikel/5085846/corona-finland-mondkapjes-noodvoorraad-opslag-voedsel-graan-olie 

Video:

https://journalistiekwindesheim.nl/coronacrisis/2020/04/08/noord-midden-en-zuid-finland-in-de-tijd-van-de-coronacrisis/ 

Podcast:

https://journalistiekwindesheim.nl/coronacrisis/2020/05/29/home-of-happiness-in-times-of-crisis/ 


Leids Ontzet

Door Peter Starmans

Een (ingekort) verhaal uit 'Altijd roomboter' (2005) van Nelleke Noordervliet, een levensverhaal over haar overgrootmoeder Engelbertha, die geboren was in 1856. Ze had als dienstmeisje gewoond in Arnhem, maar was verhuisd naar Leiden. ”Aanvankelijk had Engelbertha het niet makkelijk gehad in de vreemde stad … De volkrijke buurt bij het Galgewater keek niet op van een Arnhems meisje met een onwettig kind.”

 

”Leidens Ontzet. Een feest voor het volk. Voor mijn moeder was het elk jaar de aanleiding het eerste maaltje hutspot met klapstuk van het seizoen te koken. Mijn oudtante Toos … ging op 3 oktober steevast naar de feestelijke uitdeling van haring en wittebrood op het stadhuis.

In 1878 maakt Engelbertha haar eerste 3-oktoberfeest mee. Ze is dan tweeëntwintig, haar dochtertje is bijna vier maanden oud. Er is kermis. Niemand werkt. Al vroeg verzamelt het volk zich bij het stadhuis. Er wordt een aubade (= een ochtendhulde met muziek) gegeven door dankbare schoolkinderen aan wie het verhaal is verteld over de honger die het door de Spanjool omsingelde Leiden trof, zo erg dat er geen hond of kat meer te vinden was en burgemeester Van der Werff zijn eigen arm ter consumptie aanbood. Jonge meiden gaan gearmd over straat, gevolgd door kerels met hun handen in hun zakken, hun pet zwierig op één oor. Er wordt al vroeg gedronken, maar de ware dronkenschap wordt uitgesteld tot de avond. Eerst moet er nog volop worden genoten en geflirt en gevreeën en gevochten.

(…)

Ze (Engelbertha) had zich net als haar vriendinnen aangemeld voor de uitdeling van haring en wittebrood door de studenten en ze mocht komen. Ze was kennelijk armlastig genoeg bevonden.

'Het is maar één sneetje en een halve haring, hoor,' waarschuwden ze haar. 'Rijkelui zijn vrekkig, hoe denk je anders dat ze zo rijk zijn geworden.'

(…)

De notabelen en heren studenten stonden achter een tafel en controleerden de namen. Het tafellaken klapperde in de wind. Engelbertha rook de haring. Ze haalden allemaal een bord of een kom uit hun schort en vingen daarin hun portie op zodra ze aan de beurt waren. Er werd goedmoedig gekankerd op de hoeveelheden. Er werd geroepen om meer. De burgemeester had zijn zilveren ambtsketen om en stond te blinken in de zon. Zijn haar woei van de kale plek op zijn hoofd af. Het was een bespottelijk gezicht. Af en toe schudde hij iemand de hand en maakte een praatje. Achter hem stonden gewichtige lieden. Aan de gevende kant van de tafel: in het gelid, buikig, ernstig, plechtig. De armen aan de ontvangende kant: een roerige menigte met uitschieters van vloeken en lachen. Engelbertha nam haar stuk brood en haar vis in ontvangst.

'Was Jezus maar een Leienaar,' zei een man, 'die zou dat ene broodje en die halve vis wonderbaar weten te vermenigvuldigen.' Iedereen in zijn buurt lachte. Onder het afdak van de Vismarkt aten ze. Haar vingers roken naar haring. Ze veegde ze af aan haar schort. Leiden was anders dan Arnhem. Drukker. Levendiger. Armer.