Koningsdagconcert, gearrangeerd voor klavecimbel door Jasper Koekoek

Residentie Villa Kleineh – Nederlandse Ambassade in Helsinki en de Nederlandse Vereniging in Finland.

Achtergrond en teksten behorende bij de uitgevoerde werken.

Variatiewerken uit de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden (1588-1795).

Voor meer over de Jasper Koekoek, zie: www.jasperkoekoek.com.

Deel 1: Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621): Onder een linde groen, SwWV 325

De componist en organist Jan Pieterszoon Sweelinck behoorde tot de vooraanstaande musici van zijn tijd, en was ook als docent erg geliefd. In 1562 werd hij in Deventer geboren, als oudste zoon van organist Pieter Swibberts en dochter van de stadschirurgijn Elsken Sweeling. Toen Sweelinck 2 jaar was, verhuisde het gezin naar Amsterdam waar zijn vader organist werd van de Oude Kerk. Al jong leerde Sweelinck het klavierspel van zijn vader, en was waarschijnlijk al op 15-jarige leeftijd zelf als vaste organist verbonden aan de Oude Kerk. Ongeveer 44 jaar lang was hij daar werkzaam en bouwde een grote reputatie op - niet alleen als organist, maar ook als muziekpedagoog, klavecinist, componist en orgelbouwexpert.

 

In het begin van de 17e eeuw bekleedde Sweelinck een belangrijke positie in de ontwikkeling van klaviermuziek. Overgeleverd zijn meer dan 70 composities voor orgel of klavecimbel, zoals toccata’s, fantasieën en variaties op heilige en wereldlijke liederen. Hij componeerde in de traditionele polyfone stijl en legde mede de grondslag voor de klassieke fuga. Zijn koraalvariaties zijn de voorlopers van de orgelkoralen van Johann Sebastian Bach.

 

Het volksliedje Onder een linde groen is oorspronkelijk een ballade uit Engeland, genaamd “All in a garden green”, die aan het einde van de 16de eeuw beroemd was aan beide zijden van de Noordzee. Het compositiejaar is onbekend.

 

 

Onder een linde groen,

waer ick laest nam mijn rust,

sittend' onder t' groen beplant,

ke' sach twee liefkens handt aen handt,

en min genoot syn lust.

t' Eerbare maechdelijn,

de welck haer vont alleen,

streed' ghelijck de deuchde doet;

maer het knaepjens tonghe soet

verwon haer, soo het scheen.

t' Milt ghewinck van haer ghesicht

was ghelijck der sterren licht.

Dus ick dromend lagh;

ke' ontwaeckten ende ick sach

den hemel soo versteurt

om t' ghene was ghebeurt,

meer dan de deught vermagh.

 

Als nu het loose kindt

weer coockerden sijn boogh,

t' Venus dier wel bedocht

wat de minne hadt ghewrocht,

t' ghetraent uyt d'ooghen vlooch.

k' Schrickten terstont van rou,

siend' het bedroefde wicht

als hy haer hand op trou

gaf, dat sy sou zijn sijn vrou;

doen was t' hert weer verlicht.

t' Lonckend oogh van t' maechdelijn schoon

worstelden om weerliefs loon,

t' gras ontloock van vreucht,

dat liefde was verneught,

Phoebus doen weer blonck

ende sijn stralen schonck

al om des jongelincx deucht.

 

Het vruchtbaer maechdeken,

dat lieffelijcke dier,

steunden vast op zijn beloft,

tot dat tijts beloop voorts brocht

een nachtegaeltjen fier.

Hy, wiens jalours ghesind

gans brack der liefden bandt,

taelden noyt naer t' meysjen teer,

schennende zijn trou en eer,

vluchtende uyt het landt.

Siet dien loer, dien boer, dien uyl!

niemant vlucht of hy is vuyl;

fy, ghy trouweloos!

leeft nu vrouweloos.

Vryers comt vry uit,

steeckt hem d'ooghen uyt,

die schenden sulcken roos.

Tekst uit: Den Bloem-Hof van de Nederlandsche Jeught (1610)

Samenvatting: Onder een linde groen

Ik zat eens wat uit te rusten onder een groene linde, en daar zaten ook een jongen en een meisje, hand in hand. Hij probeerde haar te versieren en het zag er naar uit dat dat ging lukken. Toen viel ik in slaap. Als ik weer wakker word, zit het meisje te huilen. Ze is net haar maagdelijkheid kwijtgeraakt. Wat nu? Ze ziet al een leven voor zich als ongehuwde moeder of als oude vrijster. Maar de jongen belooft haar te trouwen, gelukkig! En dan lacht ze weer. Na verloop van tijd raakt het meisje zwanger en kiest de jongen alsnog het hazenpad. Schande! Kom op jongens, laten we die onbetrouwbare vrijer z'n ogen uitsteken!

Deel 2: Sybrandt van Noordt (1659-1705): Sonate voor klavecimbel, op. 1, nr. 4 (1690)

Tegen het einde van de 17de eeuw werden de Nederlanden sterk getroffen door buitenlandse invloeden. Franse, Duitse en vooral Italiaanse musici stroomden naar of langs de Nederlanden en lieten hun kunstzinnige voetafdruk achter. Het was niet ongebruikelijk voor Nederlandse musici om de Italiaanse maestri te imiteren. Hun impulsieve, gevoelige muziekstijl was enorm populair.

 

Sybrandt van Noordt was op de hoogte van de nieuwste muziektrends en kon zich goed op de Italiaanse stijl oriënteren. Zijn sonates, op. 1 – ook als Mélange italien gepubliceerd – waren een bundel van vier sonates voor verschillende instrumenten. Dit is de enige overgebleven compositie van hem.

 

Sybrandt hoorde bij een bekend geslacht van kunstenaars. Zijn vader Jacob was organist, fluitist en beiaardier. Jacobs broer Anthonie was organist aan de Nieuwe kerk in Amsterdam, als opvolger van Sweelincks zoon, Dirk Janszoon. Alle composities van Jacob zijn verdwenen; van die van Anthonie bestaat er nog ėėn: het Tabulatuur-boeck van psalmen en fantasyen.

 

De vierde sonate uit op. 1, de enige voor solo-klavecimbel, is geschreven op een manier die men ook in Händels muziek kan tegenkomen: de bovenste notenbalk bevat een eenstemmige melodie en de onderste een genummerde baslijn. De rest - ornamentatie, harmonisatie, misschien ook diminutie - dient men te improviseren en aan te vullen. Er zijn dus veel minder noten te lezen dan wat men in een uitvoering hoort.

 

Tegen het einde van deze eendelige sonate is een duidelijke variatiecyclus op een ground-bass te horen. “Grounds” waren de “riffs” van de baroktijd, en ze werden enorm veel gebruikt. Een ground is een kort patroon van becijferde bas die zich quasi-eindeloos herhaalt. Daarop worden verschillende melodieën en karakters gecomponeerd of geïmproviseerd. Beroemde grounds zijn bijvoorbeeld de passacaille, de chaconne, de romanesca, de follia en talloze andere. De ground in deze sonate is waarschijnlijk door de componist zelf bedacht.

Deel 3: Pieter Bustijn (1649-1729): Suite IX in D majeur uit "9 Suittes pour le clavessin" (1712)

Ook de zogenaamde Franse stijl vond zijn weg richting de Nederlanden. De componist, organist en beiaardier van de Middelburgse Nieuwe kerk, Pieter Bustijn, was een van de componisten die vermoedelijk graag in Franse stijl schreef.

Over het leven van Bustijn is niet veel bekend, omdat het stadsarchief van Middelburg tijdens de tweede wereldoorlog grotendeels verloren ging. Van Bustijns composities is er maar één bewaard gebleven, de negendelige suite-verzameling voor klavecimbel. Vermoedelijk circuleerden Bustijns Suites ook buiten de Nederlanden. Men neemt aan dat zelfs Johann Sebastian Bach met deze Suites bekend was.

  1. Intrada
  2. Corrente
  3. Sarabanda
  4. Aria
  5. Tempo di Borée
  6. Gavotta
  7. Menuet

Deel 4: Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791): Thema en acht variaties op het thema "Laat ons juichen, Batavieren!" (Christiaan Ernst Graaf), KV 24 (1766) TEKST

 

Christiaan Ernst Graaf (1723-1804), Nederlands dirigent en componist van Duitse komaf, werkte ook in Middelburg. Rond 1750 was hij daar kapelmeester van het Collegium Musicum. In 1759 werd hij hofcomponist van Willem Ⅴ van Oranje-Nassau. Ter gelegenheid van Willems aanstelling als erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden in maart 1766 componeerde Graaf een lied op de tekst Laat ons juichen, Batavieren!.

 

De Mozart-kinderen Wolfgang en Nannerl hadden al een internationale reputatie vanaf de tijd dat ze jong waren. Samen met zijn zus Nannerl, moeder Anna Maria en vader Leopold reisde de jonge Wolfgang vanaf 1763 drie jaar lang rond langs Europese hoven. Onderweg terug van hun Europese tournee werd de familie Mozart uitgenodigd om naar Den Haag te komen, en daar in de omgeving concerten te geven. Tevens waren zij geëngageerd om deel te nemen aan de festiviteiten van Willems aanstelling. Nadat de negenjarige Wolfgang Graafs lied hoorde, maakte hij daarop een bundel variaties.

Mocht het opvallen dat Mozarts muziek op klavecimbel – in plaats van piano – wordt uitgevoerd, dan mag niet worden vergeten dat instrumenten tijdens Mozarts kindtijd voortdurend in ontwikkeling waren, dat klavecimbels nog lang niet overal waren vervangen door een pianoforte, en dat de hedendaagse vleugel, met zijn pantserraam en drie pedalen, pas véél later ontstond. Toen Mozart Europa rondreisde, moest hij op het instrument spelen dat ter plekke voorhanden was. Dat kon een een pianoforte zijn, maar ook een klavecimbel, een klavechord, een spinet of een orgel.

Laat ons Juichen, Batavieren!

Thans verryst d'Oranje-Zon,

Die aan 't hoofd van 't Lands-bestieren,

Eer de gulde Vryheid won.

D'eerste WILLEM lei de gronden,

van 't vereenigd Staats-juweel,

Zeven Pylen, vast gebonden,

Zijn nu Vyfden WILLEMS deel.

 

Thans neemt hy, na rechts Verklaaring,

Van het gantsche Nederland,

Op dees Dag van zyn Verjaaring,

Zelf het Staats-Roer in de hand.

Dat hy leev', En steets in Zeegen,

Met der STAATEN wys beleid,

't Land bestier, en allerwegen,

Zie zyn roem en eer verbreid!

 

Dan zal nog in laater dagen,

D'onvermoeide Faam door 't Land,

Van zyn Wys bestier gewagen,

Hem door BRONSWYK (*1) ingeplant.

Dat de Hemel WILLEM dekke,

Met zyn Vleuglen voor gevaar,

Tot 's Lands nut zijn jaaren rekke,

Wenscht en toont elk openbaar.

 

(*1): Hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Lüneburg-Bevern was "besturend voogd" van de toekomstige stadhouder Willem V geweest na de dood van diens moeder Anna van Hannover (1759).

Deel 5: Jacob van Eyck (1590-1657): "Wilhelmus van Nassouwe", nr 42 uit Der fluyten lusthof (1644)

 

Jacob van Eyck was vanaf zijn geboorte blind maar ontwikkelde zich tot een beroemde componist, carillonspeler en klokkendeskundige. In 1625 werd hij benoemd tot beiaardier van de Dom in Utrecht. Later bekleedde hij dezelfde functie aan de Janskerk, de Jacobikerk en het stadhuis; en vanaf 1628 was hij “directeur van de klokwerken” in Utrecht.

 

In de 17de eeuw waren klokkenisten naast organisten de belangrijkste toonkunstenaars in de steden en behoorden zij tot de meest prominente burgers. Kerkklokken vervulden een functie bij wereldlijke en kerkelijke gebeurtenissen, en bij handhaving van openbare orde en veiligheid.

 

Van Eyck was in zijn vrije tijd ook een begenadigd blokfluitist. Op zomeravonden vermaakte hij de wandelaars op het Janskerkhof met zijn virtuoze fluitspel, en kreeg later door het Janskapittel daarvoor zelfs extra betaald. Uiteindelijk ging hij over tot het publiceren van zijn blokfluitcomposities.

 

Der Fluyten Lust-Hof is de grootste verzameling muziek voor solo-blaasinstrument die ooit is geschreven door één componist. Deze verscheen in twee delen, vanaf 1644, en omvat ca. 150 composities voor blokfluit, met voornamelijk variaties op populaire melodieën en psalmen. Van Eyck volgt het proces van diminutie, het omspelen van de thema-noten in steeds kleinere notenwaarden. Dit heeft een toenemende moeilijkheidsgraad tot gevolg.

 

Doordat hij met zijn blokfluit aan eenstemmigheid gebonden was, heeft zijn stijl een overwegend ornamenteel karakter. Ter gelegenheid van koningsdag 2021 speelde Jasper Koekoek een geharmoniseerd arrangement van Van Eycks variaties op Het Wilhelmus – het oudste volkslied ter wereld.

Wilhelmus van Nassouwe

Ben ick van Duytschen Bloedt,

Den Vaderland ghetrouwe

Blijf ick tot inden doet;

Een Prince van Orangien

Ben ick vry onverveert.

Den Coninck van Hispangien

Heb ick altijt gheeert.

 

In Godes vrees te leven

Heb ick altijt betracht,

Daerom ben ick verdreven

Om Land, om Luyd ghebracht:

Maer Godt sal my regeren

Als een goet Instrument,

Dat ick sal wederkeeren

In mijnen Regiment.

 

Lijdt U, mijn Ondersaten,

Die oprecht zijn van aert,

Godt sal u niet verlaten

Al zijt ghy nu beswaert:

Die vroom begheert te leven,

Bidt Godt nacht ende dach.

Dat Hy my cracht wil gheven

Dat ick u helpen mach.

 

Lijf ende goed al te samen

Heb ick u niet verschoont,

Mijn Broeders, hooch van Namen,

Hebbent u oock vertoont:

Graef Adolff is ghebleven,

In Vrieslandt in den Slach,

Sijn siel int eewich leven

Verwacht den jonghsten dach.

 

Edel en Hooch gheboren

Van Keyserlicken stam:

Een Vorst des Rijcks vercoren,

Als een vroom Christen-man,

Voor Godes Woort ghepreesen,

Heb ick vrij onversaecht,

Als een helt zonder vreesen

Mijn edel bloet gewaecht.

 

Mijn schilt ende betrouwen

Zijt ghy, O Godt, mijn Heer.

Op U soo wil ick bouwen,

Verlaet my nimmermeer;

Dat ick doch vroom mag blijven

U dienaer t'aller stond

Die tyranny verdrijven,

Die my mijn hert doorwondt.

 

……………………………………………

 

Val al die my beswaren,

End mijn vervolghers zijn,

Mijn Godt wilt doch bewaren

Den trouwen dienaer dijn:

Dat sy my niet verasschen

In haeren boosen moet,

Haer handen niet en wasschen

In mijn onschuldich bloet.

 

Als David moeste vluchten

Voor Saul den tyran:

Soo heb ick moeten suchten

Met menich edelman:

Maer Godt heeft hem verheven,

Verlost uit alder noot,

Een Coninckrijck ghegheven

In Israël, seer groot.

 

Na tsuer sal ick ontfanghen

Van Godt, mijn Heer, dat soet,

Daer na so doet verlanghen

Mijn vorstelick ghemoet,

Dat is, dat ick mag sterven

Met eeren, in dat velt,

Een eeuwich rijk verwerven

Als een ghetrouwe helt.

 

……………………………………………

 

Niets doet my meer erbarmen

In mijnen wederspoet,

Dan dat men siet verarmen

Des Conincks landen goet,

Dat ud de Spaengiaerts crencken,

O edel Neerlandt soet,

Als ick daeraen ghedencke,

Mijn edel hert dat bloet.

 

Als een Prins opgheseten

Met mijnes heyres cracht,

Van den tyran vermeten

Heb ick den slach verwacht,

Die, by Maestricht begraven,

Bevreesde mijn ghewelt;

Mijn ruyters sach men draven

Seer moedich door dat velt.

 

Soo het den wil des Heeren

Op die tijt had gheweest,

Had ick geern willen keeren

Van u dit swaer tempeest:

Maer de Heer van hier boven

Die alle dinck regeert,

Die men altijt moet loven,

En heeftet niet begeert.

 

Seer christlick was ghedreven

Mijn princelick ghemoet,

Stantvastich is ghebleven

Mijn hert in teghenspoet,

Den Heer heb ick ghebeden

Van mijnes herten gront,

Dat Hy mijn saeck wil reden,

Mijn onschult doen oircont.

 

Oorlof mijn arme schapen,

Die zijt in grooten noot.

U Herder sal niet slapen,

Al zijt ghy nu verstroit:

Tot Godt wilt u begheven,

Sijn heylsaem woort neemt aen,

Als vrome Christen leven,

Tsal hier haest zijn ghedaen.

 

Voor Godt wil ick belijden

End sijner grooter macht,

Dat ick tot gheenen tijden

Den Coninck heb veracht:

Dan dat ick Godt den Heere,

Der hoochster Majesteyt,

Heb moeten obedieren,

In der gherechticheyt.

 

 

 


Verslag koningsdagconcert

Op dinsdag 27 april vierde koning Willem Alexander met gezin zijn verjaardag in het zonnige Eindhoven. Origineel, maar toch op afstand vanwege corona. De NViF vierde twee dagen eerder, op zondag 25 april, zijn 54ste verjaardag door een geslaagd concert in Villa Kleineh, waar de Nederlandse ambassadrice, Desirée Kopmels, onze gastvrouw was. Zij en Guido Nuijten leidden het concert, tussen de stukken door, in op een korte, duidelijke en sympathieke manier. Dank ervoor.

 

We beleefden hiermee een fijn klavecimbelconcert, uitgevoerd door Jasper Koekoek en gewijd aan muziek uit de Republiek van de Verenigde Zeven Provinciën, muziek dus uit de 17e en 18e eeuw. Het was zoals gezegd zonder meer een geslaagd geheel, al was het dan vanwege corona op afstand, naar de leden doorgestuurd via Teams, kundig geregeld door Guido.

 

Ik wil hier nog kort iets zeggen over het prachtige klavecimbel, dat we zagen en hoorden, een instrument uit het atelier van Henk van Schevikhoven (1947-1999), een Nederlander uit Delft, die lang in Pornainen woonde, leefde en gestorven is en die thuis vele jarenlang clavecimbels voor Finland heeft gebouwd, wel een honderddertig stuks bij elkaar! Deze instrumenten werden overal in Finland bekend vanwege de geweldige klank en kwaliteit ervan en ze werden en worden overal heen voor concerten uitgeleend, bijvoorbeeld nu voor een concert in de residentie.

 

Het fraaie instrument was, zoals we via de video zagen, mooi en fris blauwwit versierd, een Fins landschap leek het wel. Met tegen de muur een Hollands schilderij van Mesdag, wat willen we nog meer? De versiering van het klavecimbel is echter niet van Henk zelf, maar is gemaakt door zijn vrouw Jaana. In ons jubileumboek van 2007, Nederlanders in Finland, staat een stukje over Henk van Schevikhoven. Verder is er op internet ook wel wat informatie over hem te lezen.

 

Met groet,

Petrus Starmans


De Baltische landen en Sint-Petersburg

Stephan Vermeulen heeft in het vorige Noorderlicht al een kort artikel geschreven over Sint-Petersburg en ondergetekende heeft in het Noorderlicht 2017/4 geschreven over de banden tussen Nederland en Rusland. Over het laatste is zeker heel wat meer te schrijven en gedeeltelijk doe ik dat ook in dit artikel, maar vooral wil ik nu (na een korte inleiding in het leven van Jan Brokken) wat over de gedeeltelijk met Finland (door bloed of verleden) verwante Baltische landen (Estland, Letland, Litouwen) zeggen en aansluitend daaraan het een en ander over Sint-Petersburg.

 

Petersburg heeft natuurlijk allerhand met Nederland en met Finland te maken (gehad). En bovendien is Finland een buurland van Rusland en van Zweden, maar dat niet alleen. Finland was als grootvorstendom tot 1809 eeuwenlang het oostelijk deel van het koninkrijk Zweden en daarna een dikke honderd jaar een zelfstandige provincie van het Russische tsarenrijk. Zoiets gaat je niet in de koude kleren zitten en schept uiteraard een speciale relatie met het regerende rijk. Vandaar. En bovendien was Sint-Petersburg als centrum van de Russische regering politiek, maar ook als economisch en cultureel aan alle kanten met Finland en de Baltische landen verbonden. Deze hoofdstad van het Russische tsarenrijk lag verder niet voor niets midden in het Ingerland, waar stamverwanten van de Finnen woonden en gedeeltelijk nog wonen. De Kareliërs vooral weten er alles van en de banden onderling met de Ingerlanders en tevens met de Russische mensen van de centrale hoofdstad van het Russische Rijk waren (vooral commercieel) hecht, maar zeker niet altijd vriendelijk. De concrete band in het toenmalige Sint-Petersburg van het merendeel van de Finnen en de Ingerlanders met het hof en de adelijke en burgerlijke wereld eromheen, en voorts met de stad zelf, die zich industrieel snel ontwikkelde, was toch voornamelijk wel zo, dat het dienende personeel en de industriearbeiders gedeeltelijk uit Finnen of de met hen verwante Ingermensen bestond. Niet alleen weliswaar, want er waren uiteraard ook vele Russische bedienden en arbeiders. Finland als Russische provincie was toen weliswaar in principe zelfstandig, maar stond eveneens onder de absolute heerschappij van de Russische tsaar, die tevens grootvorst van het Finse gebied was. Politiek was Finland dus afhankelijk van Sint-Petersburg, omdat daar de uiteindelijk beslissingen vielen. Welke dan ook! Tot eind december 1917! En … sociaal gezien behoorden de Finnen en de Ingerlanders meestal tot de lagere klasse met haar eigen taal en cultuur en haar eigen milieu, tegenover de hogere klasse met Frans of Russisch als taal en haar eigen elitecultuur van het hogere milieu. En natuurlijk tot de grote lagere klasse van Russische bedienden en arbeiders.

(https://nl.wikipedia.org/wiki/Ingermanland), (https://en.wikipedia.org/wiki/Ingrian_Finns)

 

Ik ben in dit artikel vooral aan de hand dus van boeken van Jan Brokken te werk gegaan. Brokken is een belangrijke Nederlandse auteur en een bekend reisjournalist, een man, die reportages, verhalen en zelfs romans over de plaatsen, waar hij gewoond of geweest is, heeft geschreven. Verhalen over zijn reizen in Afrika, in China, in Nederlands-Indië (beter wel: in Indonesië), in Rusland (en in de Sovjet-Unie, dat later de Euraziatische-Unie werd), in Frankrijk etc. Nu beperk ik me tot de landen  rond de zuidelijke Oostzee (zelfs Kaliningrad , het oude Königsberg, hoort erbij!), onder leiding van Jan Brokken en andere auteurs en uiteraard met herinneringen aan eigen verblijf aldaar, bijvoorbeeld in Riga, Tallinn, Tartu en Sint-Petersburg.

 

Over Jan Brokken is van alles en nog wat te vertellen. Het is een boeiende persoonlijkheid en hij heeft allerhand waar dan ook ter wereld meegemaakt. En heeft daarover veel en vaak geschreven. Jan is in 1949 in Nederlands-Indië op Celebes (toen al Indonesië) geboren, waar zijn vader als dominee wetenschappelijk werk had verricht en het gezin Brokken woonde. Jan verhuisde in 1952 per schip met zijn ouders en twee oudere broers naar Holland. Jan Brokken woont nu in Nederland, maar heeft ook lang in Frankrijk en Afrika gewoond. Verder verbleef hij vaker voor langere tijd in Rusland, maar ook in Estland, Letland en Litouwen.

 

Jan Brokken weet , als belezen kunsthistoricus en ervaren journalist (altijd openstaand voor discussie met de meest uiteenlopende personen ter plekke), heel boeiend erover te schrijven. En tegelijkertijd, tussen neus en lippen door, maar o zo scherp, besteedt hij (graag en erudiet) aandacht aan de historische of actuele situatie van de betroffen regio, politiek vaak o zo problematisch! De thema's van de boeken waar ik het hier over wil hebben, beslaan meer twee eeuwen, de negentiende en de twintigste eeuw, tot nu toe. Breed en diepgaand wat inhoud betreft, boeiend in stijl en taal. Vooral op drie boeken van hem wil ik nu wat ons onderwerp betreft verder ingaan.

(interessante en uitvoerige informatie over de auteur bijvoorbeeld via www.janbrokken.nl)

 

Jan Brokken, De zee van vroeger (verhalen) (1986)

Dit boek biedt thematisch samenhangende en heel boeiend en fantasierijk vertelde, maar toch min of meer aparte, biografische verhalen over het leven van de auteur zelf en zijn familie. Avonturen bijvoorbeeld op de terugreis in 1952 van het gezin Brokken van Celebes naar Rotterdam op een (te) oude, aftandse boot (toen Jan pas drie jaar oud was; dit zijn dus verhalen van zijn ouders en zijn twee oudere broers). Verder een lang hoofdstuk over zijn vader, de studerende en lezende dominee, die ruzie kreeg met zijn Hollandse, streng protestantse gemeenteleden. Waarom? Omdat meneer de dominee niet eenvoudig en streng genoeg 'predikte' naar hun conservatieve smaak. Voorts genieten we heel wat bladzijdes lang van verhalen over zijn wonderlijke, spontane, ook wat stugge, maar zeer muzikale moeder, met wie hij allerhand meemaakte. Zij dreef hem na haar dood in 1983 (maar ook al vroeger in 1975) innerlijk ertoe, zelf naar Petrograd te gaan (zoals Sint-Petersburg toen heette) om het verleden en de waarheid van zijn oorspronkelijk Russische moeder te vinden. Olga, die als klein meisje na de revolutie 1917 met haar gezin en al naar elders moest uitwijken; eerst naar Duitsland, vandaar naar Zwitserland, Nederlands-Indië en Nederland. Jans moeder, waar hij zoveel van hield en van wie hij allerhand erfde, geen geld weliswaar, maar wel haar onrustig reisgevoel, haar gevoel voor taal, haar muzikaliteit en kunstzinnigheid en haar geheimzinnige en avontuurlijke fantasie, geuit in boeiende verhalen en vertellingen aan haar jongste zoon Jan, als hij ging slapen of ziek was. Zijn welsprekendheid echter, zijn interesse om zelf het een en ander uit te zoeken (ter plekke en via boeken), dat alles dan te doordenken en raak op papier te brengen, dat heeft hij veeleer van zijn vader geërfd.

Uit heimwee (wel wonderlijk voor een jongeman, die er alleen geboren is, maar er nauwelijks bewust iets van heeft meegemaakt) schrijft hij boeiend over een bezoek aan een Indiëgast, die hij  via zijn vader kent, op Celebes, waar zijn ouders lang gewerkt en geleefd hebben en waar hij geboren is.

Na de plotselinge dood van zijn moeder vlucht hij (het boek daarmee afsluitend) naar het toen nog steeds primitieve en chaotische, communistische China. Daar beleeft hij  de wonderlijkste avonturen (we schrijven 1983) en Jan gaat vandaar verder met de Trans-Siberische 'snel'-trein (toen wel erg langzaam, zoals een stoptrein) naar de stad van zijn moeder (Petrograd wel, maar voor haar altijd Sint-Petersburg), waar hij na 1983 nog vaker naar zal terugkeren en in 1975 al als jongeman geweest was.

Dit spannende boek is met grote fantasie geschreven, waarbij de lezer soms niet meer weet, wat waar is en wat fictie. Wel gaat het allemaal over de persoon en het gezin van Jan Brokken, de auteur zelf, die zijn ziel probeert terug te vinden in de wijde wereld, in het oosten, in China, in Mongolië en tenslotte in Rusland, en vooral dan het deel van Rusland aan de Oostzee, in, om en bij het toenmalige Petrograd, dat na de omwenteling van begin jaren negentig van de vorige eeuw gelukkig weer omgedoopt werd tot Sint-Petersburg.

 

Jan Brokken, Baltische zielen, lotgevallen in Estland, Letland en Litouwen (2010).

Een weergaloos boek, verhalen over ontmoetingen en belevenissen in de loop van de jaren voor 2010, boeiend tot de laatste letter. Het gaat over een uitgever en boekhandelaar, Janis Roze, over zijn zonen en hun boeken in Riga. Het gaat over de wereldberoemde filmer Sergej Eisenstein en zijn problematische relatie met zijn vader, de architect van zoveel wondermooie Jugendstil-huizen in Riga. Het gaat over de muziekvirtuoos Gidon Kremer in Letland en verderop over de componist Arvo Pärt in Estland, ook beiden wereldberoemd. Het gaat over de beeldhouwer Chaim Lipchitz in Litouwen (waar de jodenvervolging vooral in Vilnius een uitermate grote rol heeft gespeeld) en verderop over de kunstschilder Mark Rothko uit Letland, beiden tevens wereldberoemd. Het gaat over een nazaat van een bekende Ests, maar Baltisch-Duits geslacht, de Von Wrangels, waar Jan Brokken meer (ook elders) over geschreven heeft.

Het boek eindigt in Estland, dramatisch en nauw betrokken met Finland en de Finnen, in twee uitermate beklemmende hoofdstukken! Door het boek heen (een soort leidraad) komt ook de vaak, maar niet altijd (be)dreigende invloed van Rusland en later de Sovjet-Unie, die er tot de jaren negentig van de twintigste eeuw actief in het hele gebied geheerst en het onderdrukt heeft.

Het verhaal over vader en zoon Eisenstein in Riga wil ik hier naar voren halen als typisch voor het boek. In dit geval was de vader met het Russisch regime meegaand: Michael Eisenstein was immers de beroemde architect van heel wat Jugendstil-huizen in Riga. De zoon Sergej is zoals we wel weten de grote man van de Sovjetische of bolsjewistische propagandafilms, bijvoorbeeld die over de revolutie 1917 in Odessa en in Sint-Petersburg. Vader en zoon als thema, een reëel thema in de Russische literatuur en realiteit (maar ook elders), problematisch vaak tot vijandig en toch meestal uiteindelijk vruchtbaar.

In de laatste hoofdstukken van het boek gaat het dan over de tijd na de omkeer begin jaren negentig, toen Estland zich koste wat het kost ook innerlijk vrij wilde maken van zijn Russische buur. Maar de dreiging van het verleden voelden en voelen de Esten in hun hart nog steeds, dag in dag uit. Hier in de 'Baltische zielen' concreet beschreven via spionageschandalen, door Esten veroorzaakr, met de Sovjet-Unie uiteraard; en ook toch wel, parallel eraan, het binnenlands probleem van de grote, Russisch sprekende minderheid, maar dan toch weer anders, minder bedreigend. Dat laatste is overigens in Letland een nog groter probleem. De Russischsprekenden wonen in deze landen al zo lang en zijn dus vaak min of meer Ests geworden.  Het min is uiteraard de taal en de manier waarop ze leven, in eigen milieu met eigen tradities. Maar toch: ze willen meestal niet terug naar Rusland.

Dit alles en nog veel meer wordt in de 'Baltische zielen' van Jan Brokken geweldig beschreven, met groot invoelingsvermogen en uitgebreide historische verklaringen. De Estse gebeurtenissen vonden in Tallinn, in Pärnu, in Tartu of elders plaats. Hier bijvoorbeeld vindt de lezer wijze en vooruitziende woorden van Jan Kross, de grote schrijver van Estland. En ook lezen we, tot mijn verrassing in ieder geval, nieuwe feiten over de ramp met de Estonia. De laatste tijd is het onderzoek naar de ramp in Zweden, Estland, maar ook in Finland weer opnieuw actueel geworden. En die ramp zelf gebeurde nog wel op mijn verjaardag in 1994, in de nacht van 27 op 28  september.  En de Estonia kwam uit Estland aan de overkant van de Finse Bocht, maar leed in een zware storm schipbreuk vlak voor Finland, Estonia uit Estland, het broederland van Finland.

 

Twee tussenopmerkingen zijn hier wel op z'n plaats.

  1. Als iemand geïnteresseerd is in wat er konkreet gebeurd is in de jaren negentig van de vorige eeuw in Estland, is het boeiende boek van Carolijn Visser, Uit het Moeras (2000) een aanrader. Carolijn Visser was bevriend geraakt met een jong Ests echtpaar, dat in deze jaren probeerden met vallen en opstaan een ander leven in het nieuwe Estland op te bouwen. Carolijn Vissen kwam regelmatig voor langere tijd bij hen en schreef er over. En goed!.
  2. Een ander boek, dat ik hier zou willen aanraden, is de uitvoerige en mooi uitgegeven catalogus bij de indrukwekkende tentoonstelling zomer 2017 in de Amsterdamse Hermitage: 1917. Romanows &Revolutie, Het einde van een monarchie. Als je dit boek nauwkeurig leest (en via de begeleidende stem van Jan Brokken op de tentoonstelling ook kon horen), gaat het dramatische gebeuren in het grote Rusland van het begin van de twintigste eeuw voor je leven. Het boek is veel breder opgezet dan alleen maar rond de gebeurtenissen in het revolutiejaar 1917. Het ervoor en erna krijgt er ook zijn verdiende plaats! En die zo ontstane Sovjet-Unie heeft na 1944 de Baltische landen voor lange tijd weer in bezit genomen door het in 1944 op de Duitsers te heroveren en bezetten. En dat hebben deze Balten geweten, tot hun bevrijding rond 1991 toe en ook erna! In Finland is de historie zoals we wel weten heel anders gelopen.

 

Jan Brokken, De gloed van Sint-Petersburg (2016), Wandelingen door heden en verleden.

Het derde boek van Jan Brokken, gaat over de grote tijd van de Russische literatuur, de Russische schilderkunst, de Russische muziek in de negentiende eeuw tot 1917. En dan de gevolgen van de revolutie 1917 onder Lenin en Stalin en zelfs de tijd na hen.

Het boek handelt hier over de dichteres Anna Achmatova en haar zoon Lev Goemiljov, die een euraziatisch rijk nastreefde (wat ook Poetin nastreeft in zijn Euraziatische-Unie!).Verder over schrijvers als Dostojevski en Gogol, over componisten als Sjostakovitsj, Sergej Rachmaninov en Igor Stravinsky,  maar ook over Pjotr Tschaikowski en Rimski-Korsakov, en tevens over de schilder Kazimir Malevitsj. Ook over de Nevski-prospect en het grote Catharinapaleis in Poesjkinstad, over literair verzet via dichtkunst van Mandelstam en Achmatova, beiden vervolgd door de haat van Stalin. Die haat is vooral te bespeuren in de meesterlijk beschreven vervolging van de componist Sjostakovitsj door Josef Stalin, de Machtige. Er wordt bericht over de Peterhof en Peter de Grote. Veel andere mensen en zaken worden ook behandeld, maar ik kan zo wel aan het opsommen blijven. Niet dus!

Zeer indrukwekkend is het hoofdstuk over de weduwe van Osip Mandelstam, 'de literaire tweelingbroer van Anna Achmatova', beiden alom bekende volksdichters. Het gaat er hier dan vooral over, hoe in die tijd opstand tegen de almachtige Stalin en zijn Sovjet-Unie werd gevoerd. Met alle negatieve gevolgen van dien voor velen: zoals moord, verbanning of deportatie. Zeer treffend in dit verband is het verhaal over de moord op Stalins rechterhand in 1934, op partijleider Kirov in Petrograd en dan hierna de bloedige wraak via radicale zuiveringen (=moord of verbanning) van het hele sovjet-kader door 'vadertje' Stalin, die zich zo onthand voelde en zich wilde wreken, om zijn eigen positie daarmee te verzekeren. Soms lopen hierbij de politieke commentaren van Brokken tot aan Poetin, dus de actualiteit van het politieke gebeuren nu krijgt tussendoor ook zijn plaats.

 

Waarom dit verhaal eigenlijk hier?

Ten eerste algemeen positief gezegd: wat een cultureel activiteit (wereldwijd) was er al eeuwen aan de zuid- en oostkust van de Oostzee, onvoorstelbaar maar wel waar! Niet alleen Kalevala of Sibelius, niet alleen Goethe of Lübeck, niet alleen Dantzig of Chopin, maar zo veel en veel meer!

 

De Baltische landen zijn altijd heel belangrijk voor Finland geweest, vooral dan Estland en Letland. Maar ook voor Nederland! Over de banden van Finland en Nederland met Sint-Petersburg hoef ik hier eigenlijk niet veel te zeggen! Maar wel, dat de Baltische landen lang verschrikkelijk geleden hebben, onder de bezetting van Rusland, van de Sovjet-Unie vooral, met name onder Stalin, maar ook wel onder Lenin en de opvolgers van Stalin. Finland daarentegen werd weliswaar niet door de Sovjets bezet, maar de harde druk van de Sovjet-Unie was tientallen jaren lang zeer belastend, zelfs nu nog .

 

We hebben vaker over de relatie tussen Nederland en Finland geschreven. Goed zo. Maar Nederlanders hadden en hebben ook hechte relaties met de Baltische landen (denken we alleen maar aan Tallinn of Riga) en uiteraard ook veel met Sint-Petersburg (of Petrograd of Leningrad). Dus vaak direct of indirect ook met Finland. Jan Brokken en zijn diepgravende en vooral boeiende verhalen geven ons daar een kijk op, zowel door zijn eigen persoon als via zijn schrijven. Dat geeft nieuwe achtergrond en diepgang aan de relaties tussen Nederland en Finland, relaties die niet op zich staan, maar vaak ook alles met de genoemde landen met Nederland te maken hebben. Vandaar!

 

Peter Starmans


Het geheim van de Gucci-koffer

Vóór de ALV 2021 sprak de auteur Pauline Terreehorst via Teams over haar werk met ons, en aansluitend was er een korte discussie. Deze vrouw maakte een zeer sympathieke indruk, zodat ik meteen het boek van haar 'Het geheim van de Gucci-koffer, hoe de adel uit Midden-Europa verdween' via Guido besteld en gekregen heb. Dank daarvoor! Ik heb het boek nu ook gelezen en zou er iets over willen vertellen, want het zou een aanrader kunnen zijn voor een lezer/es, die zich graag met persoonlijke historie bezighoudt. Dank ook aan Guido en zijn bestuur voor deze originele manier per Teams de ALV aantrekkelijker te maken voor leden van de Nederlandse Vereniging!

 

Het boek van Pauline is geen roman, maar wel een eerlijk en kritisch en vooral een goedgeschreven relaas (met ruime, historische uitweidingen). In het begin van het boek spreekt ze eerst uitgebreid over het eeuwenoude adels geslacht Henckel von Donnersmarck, een hoogadelijk, industrieel geslacht van mijnontginners en ijzerfabrikanten in Silezië, mensen, die als managers vaak ook actief in Parijs, Berlijn of Wenen waren, een steenrijk geslacht dus met vele bezittingen in Pruisen en het Habsburgse Rijk.

 

Daarna komt dan de hoofdpersoon van dit boek, Gräfin Margarethe Henckel von Donnersmarck, uitvoerig ter sprake, een jonge vrouw, geboren in 1870 in Silezië, die in 1899 naar hun villa aan de Adriatische Zee op vakantie gaat en daar de verarmde Hongaarse graaf Sandór Szapáry treft, en met hem al in 1900 trouwt. Margarethe heette van toen af Gräfin Margit Szapáry. Ze kochten (met haar geld!) vrijwel meteen een oud en vervallen kasteel in Lundau ten zuiden van Salzburg, Lundau, een arme, afgelegen en vooral rode (en vaak opstandige) streek van Oostenrijk onder het Taunusgebergte. Margit noemde het kasteel 'Finstergrün' (in het groen gelegen, maar wel in een duister woud tussen de bergen) en zij bleef daar, na een paar jaren in Polen samen met haar man Sándor, verder definitief wonen, in die wilde, onderontwikkelde boerenstreek (waar het overigens goed jagen was!). Romantisch? Dat wel misschien, maar toch ook vrij primitief, armoedig en opstandig in weer, wind en kou. Maar daar wilde Margit zich vestigen en zich engageren.

 

De rijke gravin begon meteen de vervallen burcht naar eigen inzicht te herbouwen en in te richten, om daar dan in de zomer vooral te gaan wonen met haar man en al snel ook zoon Béla en dochter Jolanta. Omdat haar man, verslaafd aan chocolade en te veel eten, al in 1904 stierf, bleef ze alleen achter met de twee kinderen, maar ze zat niet bij de pakken neer en zorgde op haar manier voor de twee kleintjes en het afbouwen en inrichten van haar eigen kasteel, Finstergrün.

 

Daarnaast begon ze steeds meer christelijk-sociaal voor haar personeel, voor de arme, maar wakkere boerengezinnen in haar omgeving, en later voor de vele gewonden van de Eerste Wereldoorlog en hun families in nood te bekommeren. En verder ook voor de ontwikkeling van de vrouwen om haar heen in woord en daad te gaan zorgen. Met oprechte aandacht en met haar geld. Dat kon zij op grote schaal doen, omdat ze enorm rijk en vrijgevig was, terwijl ze ook door haar vele contacten in Silezië, Oostenrijk en Duitsland en via haar man in Hongarije, heel veel goeds kon doen en deed in Lundau en in het verdere Oostenrijk.

 

Margit was een ondernemende vrouw, die kon en wilde doorzetten en niet voor één gat gevangen zat. Gräfin Margit heeft de tijd vóór de Eerste Wereldoorlog, nog steeds een culturele bloeitijd voor de rijke geslachten en de rijke burgers, intensief en actief meebeleefd, maar ze vergat toch de arme boeren om haar heen niet. Deze vrouw heeft de aanvankelijke jubel, maar snel ook de ellende van de wrede oorlog meegemaakt en zorgde al ras voor de mensen om haar heen, voor de gewonden uit de streek met hun families, voor de vrouwen, die zich ijverig wilden laten ontwikkelen. Geweldig en voorbeeldig, en vooral mogelijk, omdat ze over zoveel geld beschikte.

 

De naoorlogse ellende met de opstanden en de verlokkingen vanuit het communisme en later het nazisme, die toch welvaart en werk voor de armen van toen beloofden, dat alles was heel sterk in haar landstreek Lundau aanwezig, dat heeft ze persoonlijk meegemaakt en mee willen maken, niet politiek maar sociaal actief, voor zover dat lukte. Door daadwerkelijk de behoeftige mensen om haar heen te gaan helpen, ondanks de algemene geldontwaarding van toen en de radicaal veranderde houding van politieke partijen tegenover de adel en de kroon. Oostenrijk bleef ondanks dat toch nog steeds een patriarchaal en van bovenaf geregeerd land, bepaald vooral door de bazige, hiërarchische katholieke kerk. De christen-socialen stonden toen tegenover de sociaaldemocraten, die samen ook via de propaganda van de nazipartij steeds meer aanhang naar rechts kregen, zeker in het conservatieve boerenland Lundau, waar Margit woonde en werkte.

 

Er is één persoon, met wie Margit Szapáry regelmatig contact had tijdens haar leven, en … niet altijd tot haar genoegen. Dat was Hermann Göring (1893-1947). Hij werd opgevoed op een nabij kasteel, slot Mauternburg (in bezit van Hermann von Epenstein, de peetvader van Göring). Mauternburg vormde samen met het kasteel Moosham (in bezit van Hans Wilszeck, een begaafde buurman, met wie Margit veel omging) en uiteraard kasteel Finstergrün een soort drieluik: drie oude, 'Germaanse' burchten in Lundau, smaakvol en traditierijk ingericht, vooral uiterst persoonlijk bij Margit Szapáry op Finstergrün.

 

Hermann werd conservatief en in de adels traditie (al was hij zelf niet van adel) in Oostenrijk en Duitsland door zijn peetouders Epenstein opgevoed. De bewoners van de drie kastelen in Lundau hadden verder regelmatig contact met elkaar, ook later, zij het indirect wat Göring betreft, toen hij al in München en Berlijn woonde en zich daar in een voorstad nestelde met om zich heen grotendeels geroofde kunst uit bijvoorbeeld Joods bezit of bezette landen. Hermann was jaloers op Margit, die van echte oude adel was en haar home zo gezellig en smaakvol Germaans had ingericht. En hij wilde ook van haar iets (of veel, of alles) voor zijn Berlijnse statuswoning 'kopen', dus min of meer in beslag nemen. Iets lukt hem van daar te 'roven', een hemelbed, verder weinig voorlopig, Maar Margit wilde dat per se niet! Göring was door zijn heldendaden tijdens de Eerste Wereldoorlog bij de Luftwaffe in Duitsland enorm populair, later door zijn huwelijk met Carin uit Zweden 'geadeld', en door zijn rol naast Hitler ook nogal pronkzinnig en ijdel geworden. Hij wilde als rechterhand van Hitler op zijn (vaak hoge) huisgasten als de beroemde nazi-maarschalk diepe indruk maken via oud-Germaanse of oud-Europese kunstwerken.

 

De verhouding tussen Hermann en Margit wordt in het boek als tussen kat en muis beschreven. De kat(er) was Hermann uiteraard, de muis was Margot. Maar zij was een slimme muis, die uit de klauwen van de kater grotendeels wist te ontsnappen. Zij verkocht zelfs de door haarzelf samengestelde, gekochte en uiterst kostbare inrichting van haar kasteel (waar ze zonder meer gek op was) liever via een veiling (in München, in 1942!) aan anderen dan aan Hermann en zijn partijgenoten. En dat lukte haar ook! Want Margit wilde vooral niet, dat die mooie voorwerpen via Göring een exclusieve rol zouden kunnen gaan spelen in het Duizendjarig Rijk van Hitler en zijn trawanten. Die verkoop ging door, maar de burcht zelf raakte ze uiteindelijk toch kwijt aan het Derde Rijk.

 

Margit Szapáry was en bleef geen vriendin van het naziregime en ze is uiteindelijk in haar eigen bed (een ander prachtig en origineel hemelbed) in Lundau gestorven. De begrafenis van de Gräfin werd door de mensen van haar streek druk bezocht, al was ze duidelijk een tegenstander van Hitler. Dus ook al waren de boeren en houthakkers uit de buurt als vanouds roodgetint en op handen van de nazi's of de bolsjewieken, toch hebben ze altijd grote eerbied gehad voor hun Gräfin, die altijd waar ze maar kon en dat jarenlang voor hen gezorgd had in hun armoede en ellende, voor man en vrouw en kind in haar/hun eigen omgeving. Dat hadden ze altijd onthouden en daarom bewezen ze graag de laatste en welgemeende eer aan Margit Szapáry, hun levenslange weldoenster.

 

Via de zoon Béla werd Szapáry met de oude Nederlandse adelsfamilie De Vos van Steenwijk gelieerd. Béla trouwde immers met de weduwe Ursula de Vos van Steenwijk, zij bracht een zoon, Godert Willem (zoals zijn vader) mee in haar tweede huwelijk met Béla Szapáry, zij kregen samen nog twee dochters, van wie de jongste Yvonne later ook van zich liet horen. Want Yvonne is getrouwd met prins Karl Adolf Andreas von Hessen-Kassel in Den Haag, in 1966, in hetzelfde jaar toen prinses Beatrix met Claus von Amsberg trouwde. Maar goed, dat wordt alles in het boek uitvoerig beschreven.

 

Maar het verrassende was toch wel voor mij vooral dit, dat ik als voorzitter van de NViF met de Nederlandse ambassadeur Willen Jan de Vos van Steenwijk vaker te maken heb gehad. Hij is weliswaar van een andere tak als Godert Willem de Vos van Steenwijk, maar toch... Willem Jan was ambassadeur in Helsinki van 1984 tot 1988, toen nog in de Raatiniemenkatu. Ook vader en zoon Godert de Vos van Steenwijk hebben een beduidende diplomatieke carrière gehad. Interessant, dat wel.

 

Maar het was niet alles goud wat er blonk bij de adel in de negentiende en twintigste eeuw, dat wordt ons wel duidelijk gemaakt in dit boek van Pauline Terreehorst. Van adel zijn in het Europa van de vorige twee eeuwen ging niet altijd over rozen, het was zelfs af en toe heel erg problematisch, vanwege geldontwaarding bijvoorbeeld of vanwege het rijk of de maatschappij waarin ze woonden en werkten. Leden zelf van de adel waren soms ook problematisch. Dat maakt Pauline ons heel duidelijk. En met goede argumenten. Dat is verfrissend.

 

Toch denk ik, dat de ondertitel van het boek enigszins dramatisch verwoord is: 'hoe de adel uit Midden-Europa verdween'. Verdwenen is de adel toch niet, maar een veel geringere rol spelen ze in Nederland, Oostenrijk en Duitsland (en Polen, waar Silezië nu ligt) op dit moment wel. Dat is zeker.

 

Peter Starmans


Juni nieuws Ambassade 2021

Nieuws van de ambassade:

 

Graag houden wij u op de hoogte van nieuws en activiteiten van de Nederlandse ambassade in Finland.

 

Nieuw soort identiteitskaart

Vanaf 2 augustus 2021 komt er een nieuw soort identiteitskaart (inclusief vingerafdrukken en een QR-code).

 

Goed om te weten:

- t/m 12 juli 2021 kunt u de huidige ID-kaart nog aanvragen.

- Vanaf 13 juli t/m 1 augustus 2021 kunt u om technische redenen geen ID-kaart aanvragen bij de ambassade. Heeft u precies in die periode een reisdocument nodig, vraag dan een paspoort aan.

- Vanaf 2 augustus 2021 kunt u de nieuwe ID-kaart aanvragen.

 

Voor informatie over het aanvragen van een paspoort of een ID-kaart: https://www.nederlandwereldwijd.nl/landen/finland/wonen-en-werken/paspoort-of-id-kaart-aanvragen-als-u-in-het-buitenland-woont

Het online afsprakensysteem van de ambassade is ook gedurende de zomerperiode geopend voor het reserveren van afspraken op diverse momenten gedurende de week. Mocht uw reisdocument inmiddels verlopen zijn, of binnenkort verlopen, dan heeft dat in principe geen gevolgen voor het aanvragen van een nieuw document.

Reisadvies van/naar Nederland/Finland
De ambassade ontvangt nog steeds veel vragen over reizen van/naar Finland en de mogelijkheden en onmogelijkheden. We proberen iedereen zo goed mogelijk te voorzien van antwoorden. De situatie veranderd voortdurend. Het is belangrijk te weten dat de ambassade niet de partij is die beslist of iemand wel of niet mag reizen en het land in kan/mag. De ambassade volgt de adviezen en instructies van de (lokale) overheden.

 

Reizen van Finland is inmiddels makkelijker geworden; een negatieve testuitslag en zelfquarantaine zijn niet meer nodig omdat Finland op de lijst van ‘veilige landen’ staat.

 

Reizen van Nederland naar Finland is nog wel aan allerlei restricties gebonden.

 

Belangrijke bronnen:
> De Finse grenswacht: https://www.raja.fi/en
> THL (Finnish institute for health and welfare): https://thl.fi/en/web/infectious-diseases-and-vaccinations/what-s-new/coronavirus-covid-19-latest-updates/travel-and-the-coronavirus-pandemic
> Nederlandse overheid: https://www.nederlandenu.nl/reizen-en-wonen/visa-voor-nederland/qas-voor-inreizen-in-nederland

 

Wisseling van de wacht

Deze zomer nemen we afscheid van ambassadeur Desiree Kopmels. Wegens familieomstandigheden komt er helaas, veel eerder dan gepland, een einde aan haar plaatsing in Helsinki. Na ruim anderhalf jaar in Finland zal zij worden opgevolgd door Govert Jan Bijl de Vroe. Hij is op dit moment ambassadeur in Riga in Letland.

 

Koningsdag
Het is alweer even geleden: Koningsdag. Helaas was het niet mogelijk om ‘in het echt’ bij elkaar te komen. Gelukkig organiseerde de Nederlandse vereniging een online Koningsdagviering. De ambassade was hier graag bij betrokken en heeft gezorgd voor de muzikale invulling. Voorafgaand aan Koningsdag werd in de residentie een klavecimbelconcert opgenomen. Het instrument werd bespeeld door Jasper Koekkoek. Jasper had ook het repertoire samengesteld. Tijdens de online Koningsdagviering werd het concert vertoond.

 

Daarnaast organiseerde de ambassade een kleurplaat-/tekeningwedstrijd voor Nederlandse kinderen in Finland. Het thema was Koningsdag/Nederland. Het was hartstikke leuk om zoveel mooie tekeningen te ontvangen. Alle kinderen kregen als beloning een lekkere Tony’s Chocolonely-chocoladereep opgestuurd!

 

Kopje koffie met de ambassadeur/ambassade

In mei organiseerden we ook de mogelijkheid om virtueel een kopje koffie te drinken met de ambassadeur/de ambassade. Het was leuk om op deze manier met Nederlanders in Finland bij te praten en te horen hoe het gaat. De kans is groot dat we dit concept nog eens herhalen!

 

Het is zomer!
De ontwikkelingen rondom corona gaan gelukkig in rap tempo de goede kant op. Desalniettemin zorgt het nog voor allerlei beperkingen. Waarschijnlijk plant u ook heel graag een bezoek aan Nederland. Gaat u deze zomer? Wacht u nog even? Hoopt u op bezoek van familie of vrienden uit Nederland? Iedereen maakt daarin zijn/haar eigen afwegingen en keuzes. Hoe dan ook; geniet van de zomer! Neem tijd om te relaxen, lekker buiten te zijn en te genieten van de natuur.

Een zomerse groet van het ambassadeteam.

Blijf op de hoogte
Blijf op de hoogte van (corona)nieuws gerelateerd aan Nederland/Finland en volg onze Facebook-pagina en/of Twitter. U leest er onder andere over activiteiten in Finland met een Nederlandse component op het gebied van cultuur, handel & innovatie en publieksdiplomatie.

Facebook: netherlandsembassyhelsinki
Twitter: @NLinFinland
Website: https://www.nederlandwereldwijd.nl/finland


Foto 1 bijschrift:
Koningsdagconcert in de residentie

Foto 2 bijschrift:
Koningsdagconcert, klavecimbel: Jasper Koekkoek

 

 


Voorwoord juni 2021

Een nieuw bestuur

Maart jongsleden was onze “virtuele” lente-ALV en is het nieuwe bestuur met unanieme goedkeuring geïnstalleerd. De talrijke aanwezigen hebben al met de nieuwe bestuursleden kennisgemaakt.

Verslag van de activiteit zelf, zie het artikel van Peter Starmans. Voor wie er niet bij was, hierbij een korte introductie. Nieuw in het bestuur zijn:

  • Sabine Van Roten, vicevoorzitterschap en communicatie. Zie ook:

https://www.nederlandsevereniging.fi/over-nvif/bestuur/#vicevoorzitter-communicatie

  • Meri Erkkilä, penningmeester. Zie ook

https://www.nederlandsevereniging.fi/over-nvif/bestuur/#penningmeester

  • Ata Bos, voor het MKB in Finland. Zie ook

https://www.nederlandsevereniging.fi/over-nvif/bestuur/#1542097680045-5-10

Doorgegaan in het bestuur zijn Mirjam Bilker-Koivula, Sanna van Erk-Koivisto, Stefan Dik en ondergetekende. Ook over ons vieren is er een introductie onder: https://www.nederlandsevereniging.fi/over-nvif/bestuur/.

Tijdens de ALV is niet alleen een nieuw bestuur gekozen, ook zijn de financiën van vorig jaar afgehandeld en andere zaken besproken. ALV-verslag, verslag van de kascommissie en de notulen staan op de website onder: https://www.nederlandsevereniging.fi/over-nvif/officiele-stukken/.

Guido Nuijten


Klimbos in Mustikkamaa op 30 mei 2021

Wat:  Klimmen in het klimbos voor de jeugd en jeugdigen onder ons

Wanneer:          zondag 30 mei 2021

12.00 u verzamelen bij de kassa

Waar:   Seikkailupuisto Korkee in Mustikkamaa, https://korkee.fi/mustikkamaa-radat/

Mustikkamaanpolku, 00570 Helsinki

Eindelijk weer een activiteit in het echt. Aan het eind van deze maand gaan we naar het klimbos van Korkee in Mustikkamaa. Dit ligt tussen Metro Kalasatama en de dierentuin Korkeasaari. De activiteit is speciaal voor onze jeugd, maar natuurlijk zijn ook alle jeugdigen onder ons ook welkom te komen klimmen in de touwen en tussen de bomen.

Korkee heeft 10 verschillende parcours tot 12 m in hoogte in de aanbieding met de langste zip-line van 70 m. Voor de kinderen onder 120 cm zijn er ook kleinere parcours. Verplicht zijn handschoenen, dus neem die mee, of je kan ze huren voor 3,50 €. Helm e.d. zijn ook verplicht, maar die krijg je daar.

Aanmelden kan bij bestuur@nederlandsevereniging.fi. Gelieve uiterlijk maandag 24 mei aan te melden.

We beginnen om 12 uur. Na het verzamelen krijgen we instructies en daarna kunnen we los de touwen in. Gelieve op tijd te komen, want anders blokkeren we mogelijk derden.

Eigen bijdrages per persoon (leden / niet-leden):

  • Kinderen onder 120 cm + toeschouwers: gratis    /            gratis
  • Kinderen boven 120 cm en onder de 18 jaar: 5,00 €  /              7,50 €
  • Volwassenen onder de 130 kg 12,50 €           /            20,00 €

Wel verzoeken we allen de eigen bijdrage vooraf over te maken op de rekening van de Vereniging, te weten: FI83 2001 3800 4763 83 ten name van NViF met gebruik van het referentienummer / viitenumero 8210 1723.

We hopen op mooi weer en natuurlijke ook een grote en actieve opkomst!


Het verhaal van een oud-voorzitter op leeftijd over corona

Corona hier, corona daar, corona overal. Waar is het? Maar toch … moeten we aan dat gevoel toegeven? Kunnen we er niets tegen doen? Misschien wel, misschien niet! ‘Als je het nog niet weet: we leven al meer dan een jaar in de coronasfeer’, zo wordt me door mijn buurman of buurvrouw, tegenwoordig moet je misschien zelfs zeggen door mijn buurmens, dag in dag uit toegefluisterd. O ja, antwoord ik dan altijd, hoezo?

Ik verveel me heus niet hoor, heb de hele dag wat te doen, te lezen, te schrijven, op te ruimen, schoon te maken, te slapen, te eten en ga zo maar door. Dit is het toch, wat we altijd al gedaan hebben? Al werken we voor geld of niet, al zijn we jong of oud, werkend of gepensioneerd, al schijnt de zon of toevallig ook weer eens niet; dus af en toe zwaar bewolkt met hier en daar (vooral hier dus!) een buitje, en dat in de vorm van druilregen, stortbuien, natte sneeuw of ijzel.

Maar goed, de hele wereld praat of schrijft erover, over die corona bedoel ik. Mensen die het weten kunnen of die denken het te weten, die mensen vertellen ons, ieder op z’n eigen manier, uitgebreid of kort door de bocht, altijd over corona, zelfs tot vervelens toe, in de krant, voor de tv of op de radio. Ze vertellen over wat het virus eigenlijk is, wat we erover moeten denken of wat we moeten doen of juist niet doen. Fijn wel, dat biedt schijnbaar zekerheid of veiligheid, maar dat ontneemt ons ook wel een deel van onze eigen vrijheid! Van ’s morgens tot ’s avonds word je ermee om de oren geslagen, je wordt er eigenlijk echt moe van, dus als slotsom: van alle activiteiten nu is slapen uiteindelijk wel het beste. Uitgeput slapen zonder al teveel te dromen. Of niet?

 

Wat vooral ingrijpend is, is de groeiende eenzaamheid van mensen, heb ik begrepen. Welnee, niet voor mij, ik ben toch nog getrouwd (dat kan nog in deze moderne wereld), mijn vrouw is nog steeds niet weggelopen of zelfs gestorven, we hebben elkaar nog, we hebben verder onze kinderen met hun partners, we hebben onze kleinkinderen, dus … wat wil je nog meer? Niet méér, maar minder, zal je ons toeschreeuwen. We hebben er kotsgenoeg van, zul je zeggen, en tot troost voeg ik hier aan toe: ik ook! Beter minder dus, zodat we aan ons gezin, aan opvoeding, aan ons werk, aan onze hobby, aan lezen of studeren of schrijven kunnen toekomen. Want daar gaat het in het leven toch om!

Maar bedenk wel: werk op afstand, met of zonder mondkapje, nu vaak zonder een gezellig praatje bij een kopje koffie en een lekker koekje. Je verlangt toch af en toe naar een sportieve hobby, zonder dat je er voldoende gelegenheid voor krijgt (omdat je doodgekletst wordt op alle media, omdat de hobbyzalen gesloten zijn of het zwembad met die heerlijke warme en vooral gezellige sauna niet dichtbij, maar dicht, gesloten is); je wilt zo graag lezen, zonder dat je in de bibliotheek een boek kunt lenen, of … nou ja, het kán wel, maar dan maken ze het zo ingewikkeld, dat het je de lust ontneemt, een boek dat je uiteindelijk te pakken gekregen hebt, rustig open te slaan en met aandacht te gaan lezen. Snel wel, want over een week moet het alweer teruggebracht worden, een ander zit er immers op te wachten, het gaat toch vaak om een bestseller. Tja, zo is ons leven nu. Hectisch en druk.

Maar eenzaamheid? Je hebt toch de telefoon, je gsm bedoel ik, daarmee kun je immers voor weinig geld de hele wereld bereiken, met of zonder video, per skype, per whatsapp, per zoom, per messenger en hoe al die moeilijke moderne middelen allemaal ook alweer heten. Je krijgt er gewoon warme oren of een schorre keel van. Dat laatste ook, omdat je iemand van vlakbij niet meer in de oren mag fluisteren of gewoon een hand mag geven, maar alleen vanuit een flinke afstand toe mag toeschreeuwen.

Nee hoor, dan maar liever met een boekje in een hoekje, ongestoord door al het lawaai van tv, van reclame, van verkeer om je heen. Gezellig onder de leeslamp, in een lekkere stoel, waar je ook van tijd tot tijd mag indutten. Welterusten!

 

O ja, wandelen mag je ook. We hebben wat afgewandeld het laatste jaar! Tja, wat moeten we anders doen met het meer aan vrije tijd, als je minder bezoek mag afleggen, of als je zo min mogelijk naar Helsinki of elders mag gaan, als je moe of lusteloos bent van het lezen of slapen?

Maar goed, dat wandelen heeft ook zijn duidelijke voordelen. Je wordt er fitter door, dat ook, maar vooral toch: je ziet meer dan vroeger, je ziet bijvoorbeeld voor je ogen gebeuren, dat de winter met sneeuw en kou verdwijnt, de krokussen en narcissen kruipen voor je neus omhoog, de kale bomen krijgen bladeren, de zon kom steeds hoger te staan en verwarmt huis en hart, het licht vooral wordt anders, mooier, lichter. Dan komt de zomer met de natuur in bloei en vogelgekwetter aan alle kanten, daarna komt de herfst met haar betoverende kleuren, en dan weer de winter, eerst mild en saai, grijs en grauw, dan opeens ijskoud met veel sneeuw, et cetera. Heerlijk is dat, en het is ook iets, wat je vroeger wel zag, maar waarvan je je niet realiseerde hoe boeiend het eigenlijk was, ieder jaar opnieuw, ieder jaar anders.

Bij wandelingen ontmoet je ook mensen. Soms. In dit jaar heb ik een verschil met Nederland gemerkt. Als je iemand tegenkomt, zijn er drie mogelijkheden: de ander wijkt uit en kijkt steevast naar beneden, daar is dus geen mogelijkheid tot contact. Jammer wel. Echt Fins? Een ander blijft stilstaan, als je als goede Nederlander ‘goedendag’ zegt: hij/zij kijkt je enigszins verrast aan, praat graag een paar minuten met je over ditjes en datjes. Dat zie ik positief, je hebt toch met iemand gesproken en dat heeft beiden goed gedaan. Al ken je die ander niet. Een volgende blijft echter niet stilstaan, maar beantwoordt wel spontaan je groet, dat is alvast wat. Een volgend keer beter! Misschien komen we elkaar wel weer eens tegen.

 

Je wordt er ook beter, handiger van, van het beperkte leven van nu. Je leert zoomen met Zoom, je leert skypen met Skype, je leert omgaan met Whatsapp en wat al niet meer. Daar ben ik erg dankbaar voor. En zeker ook: je leert eigenlijk opeens beter omgaan met elkaar, op een afstand weliswaar, maar toch intenser; met je verwanten of vrienden in Nederland, met je landgenoten in Finland, met je kinderen, met je kleinkinderen. Heerlijk!

Toch mis je wel iets van vroeger: het samen feesten, samen sporten, samen eten en praten, en hier doel ik niet in de laatste plaats op de bijeenkomsten van de NViF. Die mis je toch echt wel. Daar is nu contact op afstand of via tv soms toch iets te weinig, maar ja, dat zal wel weer terugkomen. Wanneer? Geen idee! Maar we kunnen er toch zeker van zijn.

 

Er is, door media misschien veroorzaakt of versterkt, overal angst. Angst om zo maar met trein, tram of bus ergens naartoe te gaan; angst om samen in een restaurant of een bar te gaan eten en gezellig te praten of bomen, en dat is echt niet leuk, maar … het zal verkeren, zegt Bredero, nu in de zin van: het zal weerkeren, het komt zeer zeker terug, intensiever en opwekkender dan ooit.

 

Ik wens iedereen als oud-voorzitter alle goeds en sterkte in de komende tijd, en tot ziens of hoors!

 

Gegroet door Petrus, die in Kerava woont en jullie allemaal hartelijk groet!


Vreemdeling

Onder mijn voeten knispert het. Als een nawee van de winter, vroeg in maart, is er vanochtend een dun laagje sneeuw gevallen. De winter was aan zijn aftocht bezig, de velden waren grotendeels bloot komen liggen maar hier, in het bos, schuilend voor zon en wind, hield de winter zich nog op. Zeker op de paden, waar de sneeuw onder druk van voeten en poten tot ijs is samengeperst. Met de lonkende lente had deze takatalvi voor mij niet gehoeven, maar toch weet de sneeuw me weer te betoveren, weer ben ik dat kind, verrukt van de plotse gedaantewisseling van de buitenwereld.

Ook voor Elias was sneeuw het eerste wonder waar hij getuige van was. De volgende keer dat de winter intreedt, zal de herinnering aan nu gesmolten zijn, maar vanaf dat moment zal de sneeuw zich voorgoed in zijn geheugen nestelen. In de sneeuw, die de wereld binnenstebuiten keert, ontdekken we onszelf. Als Elias op zijn negenendertigste de sneeuw onder zijn voeten voelt knisperen, zal hij de kou en de extatische winterpret van zijn kinderjaren opnieuw beleven. Want dat is wat de winter met ons doet, hij wekt de herinnering aan de verwondering die met het opgroeien in slaap is gesust.

Met acht maanden oud is Elias een vreemdeling in de wereld. Hij spreekt de taal niet, heeft de regels en gewoonten niet onder de knie en is afhankelijk. Liefde is voor hem van levensbelang, in elk geval tot hij zich op de hoogte stelt van de rechten van het kind. Dan zal hij beseffen dat er, voorbij de liefde, sprake is van een sociaal contract. Tot die tijd zal hij zich oefenen in liefde om wederliefde te oogsten, terwijl hij met nieuwsgierigheid, het tweede ijzer in het vuur, een relatie opbouwt met de wereld om hem heen.

In mijn eerste jaren in Finland beleefde ik een tweede kindertijd. Ik was onbeholpen in een wereld vol raadsels die geschreven waren in mysterieuze, staccato-achtige woorden. Als vreemdeling moest ik me continu bewijzen, of het nu ging om het openen van een bankrekening, het aangaan van doorlopende contracten of puur om mijn taalbegrip. Inderdaad, alsof ik een kind was, maar met de kanttekening dat de maatschappij me enigszins wantrouwend gadesloeg.

Hoewel ik inmiddels al jaren in Finland woon, volledig geïntegreerd ben en vloeiend ben in de taal, is dat wantrouwen er nog altijd een beetje. Kort geleden was ik eerste auteur van een wetenschappelijk artikel met enige nieuwswaarde. Zonder uitzondering namen de journalisten contact op met de tweede auteur omdat ik, met mijn buitenlandse naam, vast geen Fins zou spreken. De tweede auteur verwees ze toch door naar mij en ik werd met verontschuldigingen om de oren geslagen.

Met de jaren ben ik me steeds meer bewust geworden van mijn Nederlandse trekjes en met mijn eerdere stille gêne daarover heb ik afgerekend. Ik ben niet meer geneigd tot Fin te assimileren. Laat mij hier maar lekker een Nederlander zijn. Alleen al vanwege mijn naam zal ik altijd een vreemdeling blijven, en Elias misschien ook wel een beetje, al is het maar in de beleving van de ander.

Dat klinkt misschien ernstig, maar is het niet. Want door een vreemdeling te zijn wekken we verwondering. Wij zijn als de winter, we zijn de knisperende sneeuw onder de voeten.