”Heb je al gehoord van de zilveren vloot …?”

Jaja, in 1952 hebben de Nederlandse sportmannen en sportvrouwen bij de olympische winterspelen in Oslo in februari en bij de zomerspelen in Helsinki in juli en augustus alles bij elkaar wel acht zilveren medailles gewonnen. Is dat echter veel, als andere landen zoals Rusland, Amerika, Duitsland, Noorwegen, Zweden en zelfs Finland stukken meer punten en medailles verdiend hebben met hun prestaties? Prins Bernhard zei op 4 augustus na terugkeer op vliegveld Soesterberg in Nederland: ”Uit alles is gebleken, dat in Nederland op de scholen van begin af aan veel te weinig aan sport wordt gedaan.”  Jong geleerd, is oud gedaan, dat steekt achter deze opmerking. En dat was toen in Nederland volgens de prins niet zo. Wat de port betreft uiteraard! Met de organisatie van deze olympiade in Helsinki overigens was prins Bernhard meer dan tevreden: ”Nou, ik heb al heel wat Olympische Spelen in mijn leven gezien, maar ditmaal was het boven alle verwachting. Ik heb de grootste bewondering voor de geweldige organisatie.” (Volkskrant, 05-08-1952)

Rusland was in Helsinki ruim aanwezig (en dat zegt wat, nog in de Stalintijd!). Weliswaar wat apart gehuisvest in Otaniemi, in Helsinki dus wel, maar toch … een grote deelnemersgroep was het, met veel spontane, sportieve en culturele contacten (dans en muziek vooral) her en der, die hen verbonden met vele anderen uit de internationale sportwereld. Het Tsjechische echtpaar Emil en Dana Zatopek uit het enorme sovjetrijk van weleer werd toen al in oost en west op handen gedragen. Duitsland was er ook, maar jammergenoeg zonder sportmensen uit Oost-Duitsland. Toch waren ze in 1952 (in ieder geval wat sport betreft) in staat gebleken, enigszins samen te werken, dus: sport verbindt en scheidt niet!

Piet Hein! Piet Hein! Piet Hein, zijn naam is klein, zijn daden bennen groot (2x), hij heeft gewonnen de zilveren vloot (2x).

Acht maal zilver dus, maar een vloot, veel schepen dus medailles bij elkaar? Nee toch … Het koninklijke privéjacht van Juliana en Bernhard echter droeg in 1952 nog steeds trots, zoals we dat nog wel weten, de naam ‘Piet Hein’. Dit prachtige schip, dat ze bij hun huwelijk in 1937 van het Nederlandse volk hadden gekregen, is relatief groot (meer dan dertig meter lang) en vooral ook van binnen en van buiten erg mooi en representatief. Dit jacht werd  nu in juli 1952 naar een van de mooie eilanden voor Helsinki gevaren en diende daar, in de stad van de Olympiade, voor een dag of tien als aangenaam verblijf voor prins Bernhard en zijn twee oudste dochters, Beatrix en Irene. Een aangenaam oponthoud was verzekerd, afgeschermd van de pers, privé en toch duidelijk opvallend; en precies zo was het bedoeld. De officiële aankondiging in de Tijd van 11 juli luidde: ”(PIET HEIN naar HELSINKI): Het koninklijk jacht ‘Piet Hein’ is gisteren uit Amsterdam vertrokken met bestemming Helsinki. De tocht zal omstreeks tien dagen duren. Er wordt alleeen overdag gevaren. Het jacht zal in Finland als tijdelijke woonplaats dienen voor Prins Bernhard en zijn oudste twee dochters, die zich kort voor het begin der Olympische Spelen per vliegtuig naar Helsinki zullen begeven.” (De Tijd, 11.07.1952). Overigens kloppen de genoemde feiten uit dit berichtje niet helemaal!

De prins vloog zelf op zaterdag 25 juli de regeringsdakota van Soesterberg naar Malmi (en terug), werd daar persoonlijk ontvangen door de overal aanwezige hoofdorganisator van het Finse olympia-comité, Erik von Frenckell, en uiteraard door de Nederlandse gezant in Finland, minister Jan van der Vlugt (zo stond het in de Finse kranten!). Deze gezant is ons echter beter bekend als Theo van der Vlugt en hij was de tweede zoon van professor Willem van der Vlugt, die met zijn collega’s in 1899 het manifest ‘ProFinlandia’ aan de tsaar van Rusland wilde overhandigen. Wat toen niet lukte, jammergenoeg. Prins Bernhard en zijn dochters werden rechtstreeks van het vliegveld naar de ‘Piet Hein’ gebracht.

’s Avonds werd prins Bernhard dan (zonder de dochters) ten paleize door de president van Finland, Juho Kusti Paasikivi, samen met de Nederlandse gezant van der Vlugt ontvangen. Dus zo strikt persoonlijk of privé (zoals officieel aangegeven) bleek hun komst toch niet, althans zeker niet wat de prins betreft. Voor de prinsessen echter grotendeels wel; en zo was het ook gepland; en zo was het waarschijnlijk ook goed en verstandig van de ouders uit gezien. (vgl. HS van 3 augustus 1952). De twee jonge prinsessen (14 en 12 jaar oud) werden (soms met, soms zonder hun vader) begeleid door hun hofdame en/of de echtgenote van de secretaris van het gezantschap, Carolina Verdonck Huffnagel, en met hen in Helsinki beziggehouden. Caroline van der Vlugt was de oudste dochter van de gezant Theo van der Vlugt.

Van 26 juli tot 4 augustus waren prins Bernhard en zijn twee oudste dochters dus aanwezig bij de internationale olympische spelen van Helsinki, die echter reeds op 19 juli door president Paasikivi geopend waren. Ofschoon (zoals al gezegd) de reis van de prins en zijn dochters strikt privé was, zoals ook later uitdrukkelijk door de gezant werd uitgelegd tijdens een bijeenkomst van de Nederlandse vereniging, waar ook prins Bernhard, maar tot verbazing van het publiek niet zijn dochters aanwezig waren, is het toch wel geoorloofd, hier wat kritische opmerkingen bij te plaatsen.

De officiële titel van prins Bernhard voor zijn aanwezigheid bij de olympische zomerspelen in Helsinki was: ‘chef d’équipe’, de officiële teamleider van de Nederlandse deelnemers aan de wedstrijden paardrijden. De resultaten van de Nederlandse ruiterij waren in Helsinki echter nogal bedroevend, al was de prins in hun midden. Maar dat ter zijde. Voorts heeft prins Bernhard in gesprekken met Erik von Frenckell het een en ander kunnen regelen bij de spannende maar ook nogal uit de hand gelopen waterpolowedstrijden, waar inderdaad niet alles naar de regels van het IOC verliep en waar de Nederlandse ploeg tot de kanshebbers behoorde. Maar goed, grotendeels was de prins toch ‘slechts’ een welkome en gezellige gast en toeschouwer bij allerhand wedstrijden die hem en zijn dochters interesseerden. Met name noem ik hier dan de ruiter- en waterpolowedstrijden en verder de zwemwedstrijden, die zowel de vader als de dochters enorm boeiden.

Verder was Bernhards aanwezigheid toch wel opvallend (ook in de Finse kranten) bij vele ‘aparte’ bijeenkomsten, zoals bij de gesprekken met Erik von Frenckell en andere organisatoren over de onregelmatigheden bij het waterpolo, of bij vriendschappelijk ontmoetingen met prins Philip, Hertog  van Edinburg, op de eretribune, of bij allerhand ontvangsten. ‘Aparte’ bijeenkomsten dus, zoals cocktails, diners en anderssoortige ontvangsten bij ambassades, bij de president van de Finse republiek, bij de stad Helsinki, bij het eigen Nederlandse gezantschap of bij de Nederlandse vereniging in Finland. Voorts wil ik ‘apart’ de kranslegging bij het graf van maarschalk Mannerheim vermelden, die een anderhalf jaar tevoren in Zwitserland  gestorven was en op Hietaniemi begraven lag/ligt. Maarschalk Gustav Mannerheim had uiteraard in vele landen door zijn levenswerk in Finland de internationale aandacht getrokken. En werd zo officieel in Hietaniemi door velen, ieder op zijn beurt, met een kranbs van dank en bewondering geëerd.

Opvallend was overigens daarbij vooral de uitvoerige aandacht van de Finse pers voor de Britse prins Philip (met vaak de jonge hertog van Kent in zijn kielzog); maar opvallend voor een Nederlander (zoals ik) was de ruime aandacht voor onze eigen prins Bernhard, die prins Philip uit de oorlogstijd en van de olympiade in Londen 1948 al kende en die duidelijk bevriend met hem geraakt was. Waarom dan die opvallende aandacht van de Finse pers voor hen beiden? Ook al waren er meerdere prinsen en prinsessen in Helsinki aanwezig, uit Scandinavië en Luxemburg bijvoorbeeld? Ik denk vanwege hun opvallende sportiviteit en masculiene populariteit. En ook wel vanwege het algemene en vaak deskundige meeleven met het olympisch sportgebeuren van de beide prinsen. In HS van 27 juli werd prins Bernhard betiteld als ‘ryhdikäs prinssi Bernhard saapui’, een vastberaden prins Bernhard kwam dus (in Helsinki) aan. Prins Bernhard vloog bijvoorbeeld zelf het vliegtuig naar Helsinki, prins Bernhard was enthousiast en actief (meestal met zijn dochters) aanwezig bij vele ruiterwedstrijden, bij het waterpolo, bij de zwemwedstrijden en hij had zonder meer aandacht voor de individuele sporter, vooral dan de Nederlandse, met of zonder succes. Jammer overigens, dat prins Bernhard de geslaagde ‘veld’-hockeyers (een zilveren medaille achter het welverdiende goud van de alom geprezen Indiase ploeg) en vooral dan de jammergenoeg in Helsinki 2x mislukte Fanny Blankers Koen in Helsinki niet meer ontmoet heeft; want die waren al rond of voor de aankomst van prins Bernhard met Beatrix en Irene terug naar Nederland gegaan.

Overigens wat het paardrijden betreft: prins Bernhard was dus uitdrukkelijk met de titel van ‘chef d’équipe’ (teamleider) van de Nederlandse ruitergroep naar Helsinki gegaan, wat toch geen verrassing was. Paardrijden was al bij koningin Wilhelmina (en prins Hendrik), maar ook bij prins Bernhard (en koningin Juliana) en zeker ook bij prinses Beatrix een van de meest beoefende sportsoorten, en dat succesvol.

Prins Bernhard was daarom en daarbij geëngageerd in het sportgebeuren zelf, maar was uiteraard door zijn unieke positie en zijn rijke ervaring als prins der Nederlanden tevens in het organisatorische en politieke en ook wel het zakelijke circuit thuis. Daaruit is ook toen zijn nadere bekendheid met Urho Kekkonen ontstaan, Urho Kekkonen, die in 1952 zowel lid was van het organiserende Finse olympische comité als minister-president van de Finse regering was. Urho Kekkonen heeft prins Bernhard meerdere keren bij allerhand gelegenheden getroffen en gesproken tijdens de vrij lange periode dat hij in Helsinki was: in het stadion, bij ontvangstevenementen, in gezantschappen en dergelijke.

Prins Bernhard kwam uiteraard ook naar Helsinki, om nader kennis te maken met de president van Finland, Juho Kusti Paasikivi, of met de premier van Finland en tevens lid van het Finse Olympisch comité, Urho Kekkonen, zelf van jongsbeen af een fervente sportsman. Het waren in de jaren vijftig politiek spannende tijden en Finland probeerde toen al ontspanning in het politieke gebeuren te brengen, door zowel sportlieden uit Duitsland als Rusland tot de spelen toe te laten. Dat zou een belangrijk teken aan de wand kunnen zijn. Voorts had Bernhard (zoals gemeld) contact met de burgemeester van Helsinki en de voorzitter van het Finse Olympisch Comité, Erik von Frencell; inderdaad de man, die de centrale figuur van deze olympische organisatie was en die ook (pas een paar jaar ervoor) met Petronella had kennis gemaakt; maar of over dat laatste met prins Bernhard gesproken is, daar ben ik (bij mijn kennis van de negatieve afloop van de hele affaire Petronella) niet zo heel zeker van.

Dat alles, de ontvangst en het verblijf van de prins en zijn dochters in 1952 in Helsinki stond uiteraard onder de bekwame regie van de toenmalige gezant van Nederland in Finland, de ons al bekende Theo van der Vlugt. In Finse kringen dus minister Jan van der Vlugt, aldaar en alom welbekend.

In ‘De Waarheid’ van 2 augustus 1952 staat een jammergenoeg niet ondertekend artikel onder de titel: ‘Zij die geen medailles krijgen’. Het gaat over de VIP-deelnemers aan met goed eten en sterke drank overgoten officiële ontvangsten van ministers, hun dames, generaals, ambassadeurs, directeuren etc. Zij werden weliswaar zeer goed ontvangen, maar deden eigenlijk niet mee, stonden buitenspel zogezegd, suggereerde de Waarheid. De sportieve deelnemers zelf hadden hierbij wat het materiële betreft het nakijken. Enerzijds wel enigszins waar, anderzijds toch ook weer niet. Is dit dus wel helemaal reëel? Wat zou er van zo’n olympiade terechtgekomen zijn, als die niet goed georganiseerd en internationaal geregeld zou zijn? Communicatie en samenspraak, samenwerking dus op allerhand niveaus. Verder is mijn vraag, of er in het Oost-Europa van toen niet een vergelijkbare elite bestond, terwijl het arme boerenvolk het nakijken had en de beroemde middenmoot vaak letterlijk een kopje kleiner gemaakt werd, als ze niet spoorden met de lijn van de baas en zijn elite. In 1952 leefde Stalin immers nog! Maar goed.

Twee opmerkingen bij dit artikel zijn lijkt me wel op z’n plaats:

Als de auteur (een zeer goed ontvangen journalist in Helsinki!) schrijft: ”… om vijf uur zaten zij (die elite dus, pst) al weer op de tea party van een zekere heer Rangell. Wie het is, weet ik niet. Hij kwam niet voor op het lijstje van deelnemers – de sportieve wel te verstaan.”  Ironie? Sarcasme? Domheid van de journalist? Sorry hoor, maar hier gaat het over een Finse minister, Jukka Rangell, die een belangrijke (uiteraard een negatieve en niet naar de zin van de sovjets gespeelde)  rol gespeeld had tijdens de vervolgoorlog en daarna door de sovjets ter verantwoording geroepen was. Getuigt het dan niet van domheid of opzettelijke onoprechtheid, om zo beledigend te schrijven? Zoiets noem ik niet meer geslaagde spot! Foei toch, meneer de communistische journalist!

Iets verderop maakt hij het nog bonter: ”Maar begrijpt u nou, wat Risto Ryto (zo geschreven! pst) in dat voorname gezelschap doet? Koning is hij niet en evenmin generaal. Neen, aan sport doet hij ook al niet. Kent u hem niet? Ryto, die van 1944? Ja, ’t is waar, hij is een paar jaar uit de circulatie geweest. Geinterneerd. Maar dat is voorbij. Gaat u nu een licht op? Ja! Precies! Hij sloot in 1941 (?,pst) dat pact af met Von Ribbentrop. Enfin, hij doet dus nu weer mee.” Zonder meer onsmakelijke prietpraat. En zoiets geschreven in Finland, in 1952, over president Risto Ryti, dat lijkt me wel erg ver gaan en niet helemaal in overeenstemming met de journalistieke regels van toen, zelfs niet van een communistisch denkende journalist.

Toen de prins en zijn dochters na het slotfeest van de Olympische Spelen Helsinki 1952 in Soesterberg geland waren op 4 augustus, werden ze hartelijk begroet door koningin Juliana. De Volkskrant van 5 augustus schrijft: ”Twee stralende meisjes in grijze jasjes en met witte mutsjes op sprongen van het kleine vliegtuigtrapje regelrecht in de armen van hun moeder. ‘Jongens, wat zien jullie er goed uit’, riep koningin Juliana, ‘hoe was ‘t?’. ‘Ongelofelijk fijn’, zuchtten Beatrix en Irene hartgrondig en meteen kwamen de verhalen los, kinderlijke verslagen over waterpolo, voetballen, zwemmen en hardlopen. Intussen was ook prins Bernhard uit de cockpit gekomen, gebruind en wel.” Beatrix en Irene waren dus gelukkig na deze vacantie en vooral ook gelukkig, dat ze in Helsinki, door de pers met name met rust gelaten waren. Ze  hadden meegeleefd met de sport en waren uitermate tevreden. En wat hun vader verder tussendoor had gedaan, dat interesseerde ze op dat moment waarschijnlijk nauwelijks, en dat terecht!

Om de prins nu ook even aan het woord te laten, gaat de tekst iets verderop zo verder: ”Vol trots toonde de Prins aan het kleine gezelschap dat ter begroeting aanwezig was, een mooi versierde oorkonde, waarmee hij in Finland tot ‘ridder’ was benoemd van de sauna. ‘O mam, die sauna was verrukkelijk!‘ riep Irene.” De dochters waren kennelijk dus ook in een sauna geweest en hadden ervan genoten. De prins uiteraard ook, misschien was hij wel af en toe met de Engelse prins Philip in de sauna geweest, want ook die was, als ik de Finse krantenberichten mag geloven, er ongelofelijk enthousiast over, telkens weer.

Ter afsluiting nog iets over de jubileumsportdag in het Amsterdamse stadion van de Olympische Spelen 1928. Deze grootse herdenkings-sportdag werd  op 10 augustus 1952 gehouden en uitvoerig beschreven in meerdere kranten, bijvoorbeeld in het Parool, in de Waarheid, in de Tijd etc.

Het Parool begint zo: ”Olympische revanches. Amsterdam, zondag. Het grote sportfeest in een vrijwel uitverkocht Olympisch stadion met in de ereloge koningin Juliana, prins Bernhard  en de drie oudste prinsessen is met een kleurrijk en goed geregisseerd schouwspel geopend.” Het ging hierbij om het bejubelen van de olympische deelnemers van de spelen in Oslo en Helsinki en verder om vriendschappelijke wedstrijden tussen Nederlandse sportmensen met buitenlandse deelnemers aan de olympiade Helsinki.

Een apart nummer van deze manifestatie wil ik even naar voren halen. Het ging over de afzonderlijke viering van een van de grootste sportvrouwen van Nederland en de Olympiade in Londen van 1948 en eigenlijk was het een heel roerend afscheid van haar. ”De Olympische fanfare van de cérémonie protocolaire weerklonk. Een sfeer van de Spelen, die door de deelnemers zeer werd geapprecieerd. … Daarna volgde het grote ogenblik voor Fanny Blankers-Koen, die naar het podium werd geleid om het officiële bewijs van de Taher Pasja-beker in ontvangst te nemen. Begeleid door de voorzitter van het N.O.C. … trad Prins Bernhard naar voren. De beker, aan Fanny Blankers-Koen door het Internationaal Olympisch Comité toegekend als erkenning voor haar grote verdiensten voor de sport, zowel wat haar prestaties als haar sportieve gedrag betreft, kon echter niet worden uitgereikt, daar deze nog in Lausanne stond. De athlete ontving daarom van Prins Bernhard een enveloppe met de mededeling dat zij voor een jaar in het bezit van deze onderscheiding was gesteld.” Fanny was diep ontroerd, maar haar hordenloop mislukte ook dit keer. Ze bracht het echter op, na haar val tijdens de race, de winnares van Helsinki, Shirley Strickland, ook dit keer oprecht en van harte te feliciteren met haar verdiende overwinning. Toen pas trad Fanny terug, en werd daarbij begeleid door een enorm applaus als dank. Dit was inderdaad het einde van de grootse sportcarrièrre van Fanny Blankers-Koen! Of ze op deze manier afscheid had moeten nemen van het grote publiek? Dat blijft uiteraard een vraag, die nooit beantwoord kan worden. Fanny had in 1952 haar tijd gehad en had misschien niet meer moeten deelnemen aan de wedstrijden in Helsinki of Amsterdam. Wie zal het zeggen? Maar toch: haar afscheid was indrukwekkend en warm.

Prins Bernhard heeft later nog regelmatig contact gehad met Urho Kekkonen, vooral nadat deze in 1956 president van Finland geworden was. Hen verbond de jacht (ofschoon die natuurlijk van president Kekkonen uit gezien meer sovjetwaarts gericht was) en uiteraard de economische belangen van beide landen; ik denk hierbij vooral aan scheepsbouw, hout- en papierproductie bijvoorbeeld.

Verder waren zij beiden later geinteresseerd en geëngageerd in het WWF, het World Wildlife Fund. Van dit WWF was prins Bernhard van 1962 tot 1976 de eerste voorzitter, een actieve voorzitter, die in de jaren zeventig ook president Kekkonen, rond de officiële staatsbezoeken van 1972 en 1974 over en weer, voor dit WWF engageerde.

Enige zakelijke correspondentie tussen Kekkonen en Bernhard direct heb ik in het persoonlijke archief van Urho Kekkonen in Orimattila gevonden. Dat zou verder te onderzoeken zijn. Maar algemeen geformuleerd: prins Bernhard was niet bezig of aanwezig als business-man voor eigen zaken, maar meer als bemiddelaar tussen de zakenwereld en de landen onderling, omdat hij een officiële vertegenwoordiger van een van beide partners was. Of Bernhard zich hier altijd aan gehouden heeft, is een goede vraag, waar later veel problemen in Nederland door ontstaan zijn. Maar in Helsinki denk ik, dat de formule nog wel klopte.

Overigens was prins Bernhard (en koningin Juliana) in 1952 vooral ook geinteresseerd in het politieke spel tussen oost en west, waarvan toen Finland al een belangrijke centrum was en (zoals we weten) steeds meer werd.

Kerava, februari 2019.

Peter Starmans